Platformcoöperatie

Alternatieven voor de commerciële deeleconomie

Trebor Scholz

Colofon

Trebor Scholz

Platform cooperativism: Challenging the Corporate Sharing Economy
New Yor
k: Rosa Luxemburg Stiftung, January 2016

Ruurd Priester

Voorwoord

Twan Eikelenboom

Eindredactie

Krijn Peter Hesselink en Shailoh Phillips

Nederlandse vertaling

Dylan Degeling

Vormgeving

Citatie voor de gepubliceerde versie (APA)

Scholz, T. (2016) Platformcoöperatie: Alternatieven voor de commerciële deeleconomie. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam

Mogelijk gemaakt door

Citizen Data Lab, Amsterdam Creative Industries Network

Hogeschool van Amsterdam

www.hva.nl

© 2016. Hogeschool van Amsterdam.

Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationaal-licentie.

Voorwoord

Ten diepste willen mensen iets positiefs doen. Die overtuiging ben ik althans toegedaan. Er zijn helaas situaties waarin moeilijk is te zien hoe je iets positiefs kunt doen. Dat lijkt na een paar decennia neoliberalisme steeds vaker het geval. Veel mensen weten niet hoe ze zelf iets kunnen doen aan de extreme concentraties van macht en rijkdom die daar het gevolg van zijn. Misschien is het echte probleem dus niet de oneerlijkheid of dat mensen daar zo klaar mee zijn, maar dat ze bij gebrek aan vertrouwen in de instituties niet zien hoe ze nog op een positieve manier kunnen reageren. Misschien is dat de realiteit achter de anti-stem en het opkomend populisme.

Op zoek naar een positief antwoord is een groot deel van de progressieve Amsterdamse intelligentsia in 2016 door het concept commons geïnspireerd geraakt. Bij commons denk je al snel aan gedeelde hulpbronnen, zoals water of land. De moderne commons-beweging heeft echter een bredere visie. Het neoliberalisme is in hun ogen een sluipmoordenaar, een heimelijk voortschrijdend proces van commodificatie, privatisering en onteigening. De commons ziet men als integraal maatschappelijk alternatief, als primair op solidariteit gebaseerd sociaal systeem, als verzameling alternatieve oplossingen voor samenwerking en zelfbestuur – op basis van gemeenschappelijke waarden.

In deze progressieve kringen gelden bottom-up, circulaire economie en co-creatie als belangrijke vernieuwende concepten, maar ze draaien volgens een groeiende groep om de hete brij heen: de urgente noodzaak tot herverdeling van eigendom. Dit is precies waar het concept commons voor staat. Daarmee is het ook een kapstok voor zeer uiteenlopende activiteiten. Al is dat in de nabije toekomst wellicht nog een beetje een zwakte, want zo omvattend als het concept is, zo bescheiden zijn de vaak aangehaalde voorbeelden: een park of een wijk hier, een lokaal democratisch experiment daar. De vraag hoe dit alles gaat optellen en versnellen dringt zich wel op.

Scholz’ brede maatschappelijke probleemanalyse komt sterk overeen met die van de commons-beweging. Vervolgens zoomt hij echter snel in op de machtsconcentratie bij de dominante spelers in de platformeconomie, zoals Google en Facebook, maar ook Airbnb en Uber. ‘Capitalism on steroids’, zo typeert hij ze, verwijzend naar de manier waarop dit soort spelers zichzelf vaak buiten de wet plaatsen en de rechten van werkenden met voeten treden. Tegenover deze wereld van platformkapitalisme plaatst Scholz een reëel en schaalbaar alternatief, namelijk platformcoöperatie. Er is geen domein te bedenken – transport, journalistiek, marktplaatsen, muziek, fotografie, en ga zo maar door – of Scholz heeft de voorbeelden van alternatieve platformen in coöperatief eigendom paraat. Dat maakt zijn betoog zo overtuigend en hoopgevend.

Kortom, als je je opwindt over de extreme concentratie van macht en rijkdom in Silicon Valley, dan hoef je geen anti-stem uit te brengen. Er zijn immers volop kansen voor positieve actie: ontwikkel of gebruik online platformen in coöperatief eigendom.

Ruurd Priester

Research fellow Citizen Data Lab Hogeschool van Amsterdam

1. Platformcoöperatie

Alternatieven voor de commerciële deeleconomie

Van de vele problemen rondom werk in de eenentwintigste eeuw – het uitdijen van de laagbetaalde dienstensector, economische ongelijkheid, het afbrokkelen van arbeidsrechten – is het wezenlijkste probleem dat er zo weinig realistische alternatieven voor bestaan. In het debat over de toekomst van werk ontbreekt het vooralsnog aan een benadering die mensen iets te bieden heeft dat ze hartgrondig kunnen omarmen. Daar gaat dit essay over.

Eerst sta ik stil bij de mogelijkheden, valkuilen en gevolgen van de deeleconomie. Daarbij gebruik ik de casus van Amazon.com, een bedrijf dat resoluut in de ‘deeleconomie’ aan de slag is gegaan. Daarna beschrijf ik de opkomst van platformcoöperatie en geef ik voorbeelden van daadwerkelijk opgezette en nog denkbeeldige coöperaties. Onder platformcoöperatie versta ik coöperatieve democratische eigendomsmodellen voor het Internet. Vervolgens schets ik tien uitgangspunten voor het bewerkstelligen van rechtvaardige arbeidsplatforms. Tenslotte laat ik mijn gedachten gaan over mogelijke vervolgstappen voor deze beweging in opkomst.

De gevolgen van de deeleconomie

Ze noemen het de schnabbeleconomie, de peer-to-peer-economie, de deeleconomie. Het heeft even geduurd voor het besef doordrong dat de ‘deeleconomie’ eigenlijk een economie die draait op on-demand dienstverlening, die arbeidskracht vanuit de privésfeer in de geldeconomie trekt. Ze creëert ontegenzeggelijk kansen voor studenten, tijdelijk werkloze arbeidskrachten met een goede opleiding en iedereen die een tweede huis bezit. Studenten komen nu gemakkelijker aan een bijbaantje als meubelinstallateur of klusser in huis. Consumenten, die het gewend zijn om lage prijzen en übergemak boven alles te stellen, juichen deze nieuwe initiatieven toe. Moeten we de deeleconomie opvatten als een voorbode van een betere toekomst, waarin arbeid flexibeler is georganiseerd? Wat heeft de deeleconomie ons werkelijk gebracht?

Welkom in de Potemkindorpen van de ‘deeleconomie’, waarin je eindelijk de vruchten kunt plukken van de bomen in je achtertuin om aan je buren door te verkopen, een autorit kunt delen, een boomhut in Redwood Forest kunt huren of een bezoekje kunt brengen aan een Kinkbnb. Wat jou gezelligheid en gemak oplevert, gaat ten koste van arbeidskrachten die klem komen te zitten in een laagbetaald en onzeker bestaan. Jij daarentegen kunt naar je eigen Spotify-account luisteren in een taxi van Uber. Je lijdt niet langer onder wat de econoom George Akerlof de ‘markt van citroenen’ noemde.1 Dankzij deze nieuwe platforms beschik je over nieuwe checks and balances. Je bent opgeklommen tot het middenmanagement en hebt daarmee het recht verworven je chauffeur te ontslaan. Bedrijven zijn er zelfs in geslaagd munt te slaan uit je omgang met alledaagse voorwerpen, door ze als informanten in te zetten in het surveillance-kapitalisme.

Supercoole bedrijven als Handy, Postmates en Uber beleven hun Andy Warhol-moment, hun roem van 15 miljard dollar. Ze verlustigen zich erin hun platformmonopolies te hebben veroverd zonder een eigen fysieke infrastructuur. Zoals aol en at&t het internet niet hebben opgezet en Mitt Romney zijn zakenrijk niet helemaal zelf heeft opgebouwd2, zo hebben de bedrijven van de oproepkrachteneconomie hun imperium evenmin zelf opgebouwd. Ze draaien op jóúw auto, jóúw appartement, jóúw werk, jóúw emoties en bovenal jóúw tijd. Het zijn logistiekbedrijven die deelnemers laten betalen voor de tussenpersoon. We veranderen hierdoor in bedrijfsmiddelen. Het is de financialisering van alledag 3.0.

In What’s Yours is Mine vat de Canadese onderzoeker Tom Slee het zo samen:

Veel goedbedoelende mensen hebben een misplaatst vertrouwen in het intrinsieke vermogen van het internet om een egalitaire gemeenschap en vertrouwen te bevorderen, en hebben daardoor onbedoeld bijgedragen aan deze accumulatie van private rijkdom en aan het opzetten van nieuwe en uitbuitende vormen van werkgeverschap.3

Op de conferentie van Platform Cooperativism4 stelde John Duda van het Democracy Collaborative:

De instituties waarvan wij afhankelijk zijn om te leven, te eten en te werken, komen steeds meer in handen van een kleine groep. Als we onze economie niet democratiseren, zullen we gewoon niet het soort samenleving krijgen waarin we willen leven, of waarin we beweren te leven. We zullen dan gewoon geen democratie hebben. Het internet helpt bepaald niet! Het wordt voortgedreven door kortetermijndenken en winst voor grote bedrijven, het wordt gestuurd door durfkapitaal en het draagt ertoe bij dat steeds meer geld in de zakken van steeds minder mensen verdwijnt. Overal waar de informatietechnologie tot bloei komt, wordt huisvesting compleet onbetaalbaar. We moeten deze trend zien te keren.5

Beroepen die niet kunnen worden uitbesteed in lagelonenlanden – de hondenuitlater, de schoonmaker – komen te vallen onder wat Sasha Lobo6 en Martin Keney platformkapitalisme noemen. Babyboomers verliezen economische sectoren als transport, voedsel en dergelijke aan millennials die niet weten hoe snel ze vraag, aanbod en winst onder controle kunnen krijgen door een dikke zakelijke laag uit te gieten over een op apps gebaseerde gebruikersinteractie. Ze breiden de ongereguleerde vrije markt uit naar gebieden die tot voor kort tot ons privéleven behoorden.

De ‘deeleconomie’ wordt voorgesteld als de voorbode van een arbeidsvrije toekomst, het pad naar een ecologisch duurzaam kapitalisme waarin de macht van Google tot in het graf reikt en we ons nergens meer druk over hoeven te maken. Met de kreet ‘What’s Mine is Yours’ als Trojaans paard ontdoet de deeleconomie ons van archaïsche arbeidsvormen, terwijl ze een enorm vakbonden verpulverend apparaat in werking zet, waarbij met name oudere arbeidskrachten in de kou komen te staan. De Duitse schrijver Byung-Chul Han kenmerkt het huidige tijdsgewricht als de ‘vermoeidheidssamenleving’.7 We leven, zo schrijft hij, in een op prestaties gerichte maatschappij die zogenaamd vrij is en die wordt beheerst door de lokroep van ‘Yes, we can!’ In eerste instantie ontstaat hierdoor een gevoel van vrijheid, maar daar komen al snel bezorgdheid, zelfuitbuiting en depressie bij.

Het is belangrijk te benadrukken dat de ‘deeleconomie’ niet een of ander geïsoleerde, in krimpfolie verpakte uithoek van ‘cyberspace’ is, maar dat ze gewoon een zoveelste weerspiegeling is van het kapitalisme en van de enorme wereldwijde variatie aan digitale arbeidspraktijken. We kunnen het daarom niet over arbeidsplatforms hebben zonder eerst te onderkennen dat ze berusten op het uitbuiten van mensen in heel hun wereldwijde bevoorradingsketens, te beginnen bij de hardware zonder welke deze complete ‘gewichtsloze’ economie naar de bodem van de oceaan zou zinken.

Al die geliefde Apple-apparaten kunnen niet in overweging worden genomen zonder onszelf te herinneren aan de arbeidsomstandigheden in wat Andrew Ross typeerde als Foxconns zelfmoordfabrieken in Shenzhen, China. Of neem de schaarse mineralen in de Democratische Republiek Congo. Het is van wezenlijk belang de bevoorradingsketens te volgen die al die ogenschijnlijk schone en bekoorlijke digitale levensstijlen mogelijk maken.

Achter het scherm gaat een menigte naamloze mensen schuil die gebukt gaan onder surveillance op de werkplaats, het plukken van de massa, loondiefstal en software in particulier bezit. Zoals de vrije-software-activist Micky Metts waarschuwde: ‘Bij het opzetten van platforms kan vrijheid niet berusten op andermans slavernij.’8

In reactie op een politieke kritiek van de oproepkrachteneconomie stellen sommige wetenschappers dat we de afschuwelijke resultaten van een ontketend kapitalisme nu wel kennen en dat de hele Marxistische riedel daarom niet opnieuw hoeft te worden afgedraaid. Maar misschien heeft McKenzie Wark wel gelijk als hij stelt: ‘Dit is geen kapitalisme. Dit is iets ergers.’ Hij suggereert dat ‘de vorm van productie die zich nu lijkt uit te kristalliseren niet helemaal identiek is aan het klassieke kapitalisme.’9

Wat we zien gebeuren is niet slechts een continuering van de ons bekende pre-digitale vormen van het kapitalisme. Er zijn aanmerkelijke verschillen, onder meer een schaalvergroting van uitbuiting en rijkdomsconcentratie waarvoor ik de term het ‘plukken van de massa’ (crowd fleecing) heb geïntroduceerd. Het plukken van de massa is een nieuwe vorm van uitbuiting waaraan een wereldwijd bestand van miljoenen arbeidskrachten in real time wordt onderworpen door vier of vijf nieuwe bedrijven.

De huidige situatie moet worden begrepen in het licht van geïntensiveerde vormen van uitbuiting online en van oudere economieën van onbetaald en onzichtbaar werk. Denk aan de campagne ‘Loon voor huishoudelijk werk!’ van Silvia Frederici, Selma James en Mariarosa Dalla Costa en aan in de jaren tachtig door de cultuurtheoretica Donna Haraway besproken ideeën voor het verdelen van huishoudelijk werk over de samenleving met behulp van de opkomende communicatietechnologie.

2. Het einde van de deeleconomie

Als we over twintig of dertig jaar geconfronteerd worden met het einde van het ‘beroep’ omdat steeds meer banen worden ‘verüberd’, schrikken we misschien wakker en vragen we ons af waarom we ons niet krachtiger tegen deze verschuivingen hebben verzet. Hoe voortreffelijk het thuisgebrouwen gemak van de ‘deeleconomie’ ook is, voor we het weten blijven we met de restjes zitten en niet met de economie. Dan zullen we het allicht berouwen niet eerder naar alternatieven te hebben gezocht. Uiteraard kunnen we niet veranderen wat we niet begrijpen. Vandaar mijn vraag: waar staat de ‘deeleconomie’ eigenlijk voor?

Elk Uber heeft een Unter

De deeleconomie betekent een massale, wereldwijde opmars van ‘digitale bruggenbouwers’ die zich opstellen tussen aanbieders en afnemers van diensten om waarde onttrekkende processen in te bedden in sociale interacties. Blijkens de oproepkrachteneconomie is digitale arbeid geen marginaal verschijnsel. UpWork (voorheen oDesk en Elance) beweert over zo’n tien miljoen arbeidskrachten te beschikken. Crowdwork beroemt zich op achtmiljoen arbeidskrachten. CrowdFlower claimt vijf miljoen. In 2015 rijden honderdzestigduizend chauffeurs voor Uber, als je hun cijfers mag geloven.10 Lyft rapporteert vijftigduizend chauffeurs. TaskRabbit stelt over dertigduizend arbeidskrachten te beschikken.11

In Duitsland concentreren vakbonden zoals ver.di hun inspanningen op het verdedigen van arbeidsrechten, terwijl ik in de Verenigde Staten weinig kans zie op een terugkeer naar de veertigurige werkweek voor de flexwerkers in de uitzendbranche. De vraag is hoe we de arbeidsomstandigheden kunnen verbeteren voor die arbeidskrachten (een derde van het totaal) die geen traditionele arbeidsovereenkomst hebben.

In vergelijking met de huidige commerciële, op platforms gebaseerde businessmodellen kunnen sommige eerdere verdienmodellen op het internet haast doorgaan voor socialistische experimenten. ‘In plaats van werkelijk distributieve ondernemingen op te zetten,’ schrijft Douglas Rushkoff, de auteur van Throwing Stones at the Google Bus, ‘creëren we een industriële economie op steroïden met een extremere verdeling van de rijkdom en extremere vormen van uitbuiting. We maken al die nieuwe technologieën als Bitcoin of blockchain zonder ons af te vragen met welk doel we ze eigenlijk zitten te programmeren.’12 De voordelen van het platformkapitalisme voor consumenten, eigenaren en aandeelhouders zijn duidelijk, maar de toegevoegde waarde voor kwetsbare arbeidskrachten en het langetermijnvoordeel voor consumenten zijn op zijn best onduidelijk.

Nieuwe afhankelijkheden en nieuwe sturing

Het gaat om de verschuiving van werknemers met een loonbriefje en een veertigurige werkweek naar een flexibele schil van oproepkrachten, freelancers, 1099-werkers13 en zzp’ers.14 In dit proces verliezen arbeidskrachten het recht op minimumloon, op vergoeding voor overwerk en op wettelijke bescherming tegen discriminatie. Bovendien hoeven werkgevers voor hun arbeidskrachten niet langer bij te dragen aan zorgverzekeringen, werkloosheidsverzekeringen, arbeidsongeschiktheidsverzekeringen of sociale zekerheid. ‘Waar de traditionele loondienst op het huwelijk leek,’ aldus de jurist Frank Pasquale, ‘waarbij beide partijen zich verbonden aan een langdurig gezamenlijk project, daar aast de gedigitaliseerde beroepsbevolking op een reeks onenightstands.’15 Volgens actief verspreide mythes zou je om in loondienst te werken alle flexibiliteit moeten opofferen, en zou werken als zzp’er intrinsiek flexibel zijn. Bij deze intrinsieke flexibiliteit van laagbetaalde freelancers moeten echter vraagtekens worden geplaatst, omdat arbeidskrachten niet in een vacuüm leven. Ook digitale bazen hebben roosters waaraan arbeidskrachten zich hebben aan te passen.

Onder het mom van ondernemerschap, flexibiliteit, autonomie en keuzevrijheid hebben de arbeidskrachten tevens de grootste risico’s in het leven op zich afgeschoven gekregen: werkloosheid, ziekte en ouderdom. Platformeigenaren refereren aan hun arbeidskrachten als konijntjes, Turkers en leveranciers! Ik vraag me af of Leah Busque, ceo van TaskRabbit, zich beledigd zou voelen als je haar konijntje zou noemen. Ze is een leidinggevende. Het probleem is dat ze de baas is over haar eigen geest en over het platform.

Wie zouden er bereid zijn loondienst-achtige rechten te geven aan freelancers, tijdelijke krachten en zzp’ers? Mensen als senator Mark Warner van Virginia16 en met name de econoom Alan Krueger van Princeton hebben gesuggereerd een derde categorie arbeidskracht te introduceren naast de werknemer en de zzp’er: de onafhankelijke arbeidskracht.17 Arbeidskrachten in deze categorie zouden een vergelijkbare bescherming moeten gaan genieten als mensen in loondienst.

Een andere reactie op de verslechterde onderhandelingspositie van arbeidskrachten in de oproepkrachteneconomie komt van de computerprogrammeur en schrijver Steve Randy Waldman. Hij suggereert arbeidskrachten uitsluitend als zzp’er te classificeren als ze meerdere platforms gebruiken, zodat ze niet vast komen te zitten in een afhankelijkheidsrelatie tot een enkel dominant platform als Uber. Waldman ziet het aanhouden van meerdere standplaatsen als tegenwicht tegen de onderhandelingskracht van monopolies.18

De deeleconomie is Reaganomics met andere middelen

Even afstand nemend geloof ik dat er verband bestaat tussen de uitwerkingen van de ‘deeleconomie’ en de doelbewuste schokgolven die werden veroorzaakt door de drastische bezuinigingen in de nasleep van de financiële crash van 2008. it-miljardairs grepen meteen hun kans om ten koste van wanhopige werkzoekenden de ongelijkheid te vergroten en de economie dusdanig te herstructureren dat deze nieuwe, van alle arbeidsrechten ontdane werkvorm leefbaar, overleefbaar of – zoals zij het noemen – ‘duurzaam’ werd.

De ‘deeleconomie’ is de erfenis van Reagan en Thatcher, die in de jaren tachtig niet alleen stakingen van mijnwerkers en luchtverkeerleiders braken, maar ook het geloof in het vermogen van de vakbonden om voor hun arbeidskrachten op te komen ondermijnden. Ze verzwakten het geloof in de mogelijkheid van solidariteit en schiepen een raamwerk om geloofwaardigheid te verlenen aan het herstructureren van werk, het snijden in uitkeringen en het ontkoppelen van productiviteit en inkomen.

Er worden steeds hogere eisen aan opleiding gesteld en het leven van veel jonge mensen staat tegenwoordig in het teken van bezorgdheid en de angst voor werkloosheid en armoede. Door dit alles lijkt voor millenials het einde van de wereld aannemelijker dan het einde van het kapitalisme; hun carrières zijn als autonome voertuigen die afkoersen op Armageddon.

Het is Elia Kazans On the Waterfront op speed. Digitale dagloners staan elke ochtend op om klussen binnen te slepen op een veiling. Volgens de econoom Juliet Schor geeft de deeleconomie in toenemende mate toegang aan de hogeropgeleide middenklasse tot eenvoudig werk zoals het rijden in een taxi of het in elkaar zetten van meubels bij mensen thuis, al doende laagbetaalde arbeidskrachten uit deze sectoren verdringend.19

Een derde van de Amerikaanse beroepsbevolking is tegenwoordig een zzp’er, een dagloner, een tijdelijke kracht of een freelancer. Het is vooralsnog onduidelijk of ze niet de voorkeur zouden geven aan een terugkeer naar een vast dienstverband, een veertigurige werkweek en enige sociale zekerheid.

Winst voor de weinigen

De software achter de deeleconomie gaat gehuld in een verslavend interface-ontwerp. Op het scherm is het minuscule icoontje van een taxi die jouw locatie nadert, even aantrekkelijk en gevaarlijk als de Sirenes die Odysseus ooit verlokten. Het is ontworpen voor schaalvergroting. Aan de zakelijke kant hebben ondernemers en computerprogrammeurs nieuwe markten gecreëerd. Maar is dit innovatie, of gaat er een fabriek schuil achter de speeltuin? Hoort innovatie enkel te draaien om winst voor de weinigen met in haar kielzog een beroepsbevolking die het grotendeels zonder afdoende sociale zekerheid moet stellen? Gaat innovatie om economische groei en het onttrekken van waarde of om het laten circuleren van die waarde onder de mensen?

Ook efficiency is geen deugd als ze hoofdzakelijk berust op het onttrekken van waarde voor aandeelhouders en eigenaren. Vanuit dit perspectief zijn bedrijven als Amazon, crowdspring en TaskRabbit noch effectief noch innovatief. Tot dusver heeft het platformkapitalisme zich bijzonder ineffectief betoond in het voorzien in de behoeften van de gemeenschap. Wat aanvankelijk innovatie leek te zijn, liep uiteindelijk uit op niets anders dan een grotere inkomensongelijkheid.

Illegaliteit als methode

In de Verenigde Staten is illegaliteit niet een weeffout maar een methode van de ‘deeleconomie’. Vooralsnog doet de federale overheid hier niets aan, waardoor regulering op gemeentelijk niveau de laatste hoop is op ingrijpen. De deeleconomie is bekritiseerd om de ‘tenietdoening van de federale wetgeving’,20 het gebrek aan respect voor arbeidskrachten en het terzijde schuiven van arbeidsrechten en democratische waarden als aansprakelijkheid en instemming. Bedrijven uit de deeleconomie hebben belastingen ontdoken en federale wetten overtreden. Hun modus operandi volgt een patroon. Eerst schenden bedrijven als Uber diverse wetten, bijvoorbeeld op discriminatie. Vervolgens beroepen ze zich op een groeiende, enthousiaste consumentenachterban en eisen ze dat de wetten worden aangepast. Airbnb besteedde meer dan acht miljoen dollar aan lobbywerk in San Francisco toen ingezetenen mochten stemmen over de regulering van hun activiteiten. Zelfs Walmart geeft niet zo veel geld uit aan lobbyisten als Uber. Zowel Uber als Airbnb gebruiken hun apps als politieke platforms om hun cliënten aan te zetten tot actief verzet tegen elke poging hen te reguleren.

Als je verneemt dat Uber-chauffeurs in Los Angeles minder dan het minimumloon verdienen, als je weet dat arbeidskrachten op CrowdFlower en Mechanical Turk slechts twee tot drie dollar per uur verdienen, als je onderkent dat veel (zo niet het merendeel) van Airbnb’s inkomsten in New York afkomstig is van mensen die hele appartementen minder dan dertig dagen verhuren,21 als je wordt verteld dat startups de definitie van loondienst omzeilen door werk dusdanig te herstructureren dat de mensen die voor hen werken gecategoriseerd worden als zzp’ers in plaats van als werknemers, als je inziet dat de status van zzp’er arbeidskrachten berooft van de beschermende bepalingen van de wet op eerlijke arbeid, als Uber, Lyft en Airbnb actief blijven in steden die hun werkzaamheden een halt hebben toegeroepen, dan zul je begrijpen waarom de overheid en/of de gemeenten moeten optreden tegen deze ‘tenietdoening van de federale wetgeving’.22 In 2015 bleek uit een onderzoek aan de universiteit van Princeton dat Uber-chauffeurs in twintig steden ongeveer $17,50 per uur verdienden, waarvan volgens de chauffeurs tien à dertien dollar overbleef na aftrek van benzinekosten, belastingen, auto-afbetalingen en onderhoud.23 Los Angeles heeft een minimumloon van vijftien dollar per uur ingesteld. Als die wet eenmaal van kracht is, zou Uber weleens in overtreding kunnen komen. Iedereen met een basaal begrip van de wet op eerlijke arbeid uit 1938 zou zeggen dat dergelijke betalingen illegaal laag zijn; ze voldoen niet aan het minimumloon.

In het licht van het aanzienlijke verloop onder Mechanical-Turk-arbeidskrachten en Uber-chauffeurs (de helft van alle Uber-chauffeurs blijft niet langer dan een jaar actief)24 is het duidelijk dat deze bedrijven in hun huidige vorm niet duurzaam zijn.

In de Verenigde Staten lopen werkgevers erg weinig juridische risico’s als ze arbeidskrachten onrecht aandoen. Het Amerikaanse arbeidsdepartement wordt strategisch onderbemensd gehouden en is in wezen niet in staat bedrijven te vervolgen die de federale arbeidswet overtreden. Zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat ze worden betrapt, hoeven corporaties niets meer te doen dan de arbeidskrachten alsnog te betalen waar ze recht op hebben.

Er is hoop. Zo verklaarde een federale rechter in een recent vonnis dat een Uber-chauffeur een werknemer was en geen zzp’er.25 Ook arbeidskrachten van Lyft en zelfs Yelp spannen rechtszaken aan om als werknemer te worden erkend.26 In de herfst van 2015 maakte de stad Seattle het Uber-chauffeurs mogelijk een vakbond te vormen. Rond diezelfde tijd publiceerde een onwaarschijnlijke coalitie van startups en vakbonden een document waarin wordt geschetst welke sociale zekerheid voor arbeidskrachten noodzakelijk is om de digitale economie tot bloei te laten komen.27 Het staat nog te bezien of ook de federale overheid over de politieke wil beschikt om nieuwe maatregelen ter bescherming van arbeidskrachten te introduceren.

Op het niveau van de gemeente en de staat wordt gewerkt aan enige regulering. In Montgomery County heeft de Maryland General Assembly bijvoorbeeld besloten Uber en Lyft te reguleren door een belasting van vijfentwintig dollarcent te heffen op elke rit met deze bedrijven. De inkomsten zullen worden gebruikt om beter toegankelijke taxidiensten te bieden aan arme ingezetenen en ouden van dagen.28 Burgemeester DeBlasio werkt aan het inperken van de Uber-vloot op de straten van New York.

3. Amazon voegt zich bij de deeleconomie

Amazon.com, nog maar net op een leeftijd om alcohol te mogen drinken, is een van de oudste bedrijven in deze digitale economie. En nu sluit het zich aan bij de ‘deeleconomie’. Amazons boekenafdeling begon in 1994, maar net als Uber fungeert Amazon tegenwoordig als een sjabloon dat talloze andere bedrijven navolgen. De doos van Pandora is geopend. De wrede zakelijke logica van het crowdsourcingsysteem Amazon Mechanical Turk wordt overgenomen door CrowdFlower, 99Designs en honderden andere bedrijven. Amazon heeft zich in de deeleconomie gemengd met ondernemingen als Flex, een crowdsourced bezorgingsdienst die gewone mensen gebruikt in plaats van beroepsbezorgers.29 Het heeft ook HomeServices gelanceerd, waarmee het zich resoluut opstelt tussen jou en de elektricien of loodgieter die je zou willen inhuren. En dan heb je nog HandMade-at-Amazon, een directe imitatie van Etsy.

Sinds 2005 runt Amazon een online arbeidsbemiddelingsbureau genaamd Amazon Mechanical Turk, waarbij arbeidskrachten kunnen inloggen om uit een lange lijst taken te kiezen. Mechanical Turk maakt het mogelijk een project op te breken in duizenden kleine stukjes net als bij het van oudsher opgeknipte werk in de kledingindustrie. Elk van die stukjes kan vervolgens worden toebedeeld aan zogenaamde crowd-arbeidskrachten. In deze omgeving verdienen hoogopgeleide nieuwelingen op de arbeidsmarkt vaak twee à drie dollar per uur. Net als arbeidsmigranten, juristen en tijdelijke krachten in de fastfoodindustrie maken ze lange werkdagen, worden ze onderbetaald en slecht behandeld door hun virtuele bazen en hebben ze niet of nauwelijks sociale zekerheid.

Je zou denken dat arbeidskrachten in een rijk en democratisch land als de Verenigde Staten wettelijke bescherming zouden genieten tegen zulk misbruik en dat ondernemingen als Uber onmiddellijk zouden worden lamgelegd. In Parijs hebben we kunnen zien hoe ambtenaren twee leidinggevenden van Uber aanklaagden en in steden als Rio de Janeiro is het bedrijf in de ban gedaan en wordt ook op de naleving van deze beslissing toegezien. In de Verenigde Staten wordt er daarentegen weinig gedaan aan het negeren van federale wetten en gemeentelijke regels door deze bedrijven.

Loondiefstal is bijvoorbeeld een alledaags verschijnsel op Amazon Mechanical Turk, dat deze praktijk expliciet tolereert. Opdrachtgevers kunnen nauwkeurig uitgevoerd werk van de hand wijzen om zo onder betaling uit te komen. Het oogmerk van het platform – zijn systematische logica – komt tot uitdrukking in zijn architectuur en ontwerp en in zijn gebruiksvoorwaarden. Loondiefstal is een kenmerk, niet een weeffout.

Amazon.com is een goed voorbeeld. Het maakt deel uit van de monocultuur van grote, beursgenoteerde, winst optimaliserende bedrijven met als missie rendement te creëren voor de aandeelhouders. Het is de fiduciaire taak van zulke bedrijven om steeds meer aandeelhouderswaarde te creëren, te groeien en de platformeigenaren te dienen.

Het übergemak, de snelheid, de lage prijzen en de algemene dominantie van Amazon maken het moeilijk onder ogen te zien dat er voor arbeidskrachten grote sociale bezwaren kleven aan ons gebruiksgemak. In een van Amazons magazijnen in Duitsland volgde het bedrijf de logistieke krachten bijvoorbeeld nauwgezet om ze te berispen voor ook maar de kortste werkonderbrekingen in zogenaamde inactiviteitsrapportages. Zelfs gesprekken van één à twee minuten en relatief lange bezoekjes aan de wc worden door surveillancetechnieken en opzieners bijgehouden.30 Mensen kunnen al worden ontslagen na twee zulke onderbrekingen van tussen de één en de negen minuten. En dit gebeurt natuurlijk niet alleen in de ‘inwilligingscentra’ van Amazon in Duitsland. De Tailoristische logica wordt zo extreem doorgevoerd dat het zelfs zakelijk nergens meer op slaat. Het is een absolute ‘arbeidsverdichting’, zoals de arbeidsdeskundige Ursula Huws het typeerde.31 Het Amerikaanse hooggerechtshof heeft bovendien gevonnist dat de verplichte veiligheidscontrole bij de uitgang van deze magazijnen niet als overwerk hoeft te worden gecompenseerd, ook al moeten arbeidskrachten hiervoor dag na dag dertig à veertig minuten in de rij staan.32 De wetgeving bevoordeelt openbaar verhandelbare bedrijven.

De ellende is niet voorbehouden aan magazijnmedewerkers of arbeidskrachten uit de crowd. De kantoormedewerkers van Amazon worden evenzeer getroffen. We kunnen meer licht werpen op de mentaliteit van Jeff Bezos, de ceo van Amazon, die in een brute confrontatie tegen een groep uitgevers zei: ‘Amazon hoort uitgevers te benaderen zoals een cheeta een verzwakte gazelle opjaagt.’33 Het is deze mentaliteit waarmee het bedrijf ook zijn kantoormedewerkers bejegent, zijn accountants, marketeers en ingenieurs. Dit werd duidelijk in het onthullende ‘Inside Amazon’ van The New York Times, waarin een leidinggevende van Amazons boekenmarketingafdeling als volgt werd geciteerd: ‘Bijna iedereen met wie ik heb gewerkt, heb ik zien huilen aan zijn of haar bureau.’34

Amazon is berucht om zijn oneerlijke arbeidsomstandigheden, maar het is bepaald geen uitzondering in de deeleconomie of daarbuiten. Niemand kijkt om naar arbeidskrachten, maar met elke arbeidskracht die onrecht wordt aangedaan, groeit de roep om een op mensen gericht internet.

De groei van het flexwerken was al tientallen jaren gaande, maar kwam in 2008 met de ‘deeleconomie’ pas echt op stoom toen massa’s mensen op zoek moesten naar alternatieve bronnen van inkomsten.

Dat is waarom ik in het tweede deel van dit werk de vraag opwerp of we uitsluitend moeten blijven terugvallen op digitale infrastructuren die erop zijn ontworpen winst te onttrekken voor een kleine groep platformeigenaren en aandeelhouders. Ik bedoel: is het werkelijk ondenkbaar te ontsnappen aan types als Uber, Facebook en CrowdFlower?

Een internet voor de mensen is mogelijk! Een coalitie van ontwerpers, arbeiders, kunstenaars, coöperaties, ontwikkelaars, inventieve vakbonden en pleitbezorgers van arbeidsrechten zou de bestaande structuren zo kunnen bijstellen dat we allemaal de vruchten kunnen plukken van onze eigen arbeid.

Silicon Valley is dol op disruptie, dus laten we haar daarop trakteren. Wat nu volgt is een oproep om de mensen centraal te stellen in de virtuele verhuurhallen en om winsten te gebruiken voor sociale zekerheid. Het is een oproep aan gemeenteraden om zelf diensten als Airbnb te gaan runnen. Vroeger bezaten en beheerden Amerikaanse steden hun eigen hotels en ziekenhuizen en sommige doen dat nog steeds. Het is tijd om die geschiedenis nieuw leven in te blazen.

In het midden van de jaren zestig begon de Fluxus-kunstenaar George Maciunas in New York kunstenaarscoöperaties op te zetten in het licht van zijn eigen leven op het bestaansminimum. Tegenwoordig zijn het kunstenaars als Caroline Woolard die de logica van de kunst in New York inzetten voor het transformeren van de levenssituatie van henzelf en anderen.

Het is mogelijk te ontsnappen aan Facebook, CrowdFlower en Google. Er bestaan wel degelijk alternatieven voor bedrijfsmatige imperatieven als groei en winstmaximalisatie. Het is alleen moeilijk iets recht te zetten als je er geen eigenaar van bent. De strijd voor privacy en hogere lonen voor crowd-arbeidskrachten zijn belangrijk, maar veel van deze kwesties kunnen worden verholpen door middel van modellen voor coöperatief eigendom via het internet.

4. De opkomst van platformcoöperatie

We moeten de economie en het internet zo inrichten dat iedereen meeprofiteert. Wat kunnen we leren van de lange en opwindende geschiedenis van de coöperaties en hoe kunnen we die lessen toepassen in het digitale tijdperk?35

Waar zullen we of moeten we beginnen? 51 procent van de Amerikanen verdient minder dan dertigduizend dollar per jaar en 76 procent heeft überhaupt geen spaargeld. Gecorrigeerd voor inflatie nam het mediaan inkomen af met zeven procent in de periode van 2000 tot 2010. Voor steeds meer mensen pakt het kapitalisme niet meer goed uit in het licht van sociaal welzijn en ecologische duurzaamheid. Laten we daarom bedenken hoe we het eigendom en het beheer van het internet anders zouden kunnen organiseren om al doende de solidariteit te versterken. Nathan Schneider stelde de vraag: ‘Kan Silicon Alley op een democratischere manier opereren dan Silicon Valley?’

Of je het nu hebt over zekere banen, het minimumloon, veiligheid, zorgverzekeringen of pensioen, geen van deze kwesties kan fundamenteel worden aangepakt zonder werk als zodanig te reorganiseren, zonder structurele veranderingen. Geen van deze kwesties kan effectief worden aangepakt zonder solidariteit nieuw leven in te blazen, eigenaarschap anders vorm te geven en democratisch beheer te introduceren.

Bedrijven van de oude stempel plegen arbeidskrachten zo weinig te betalen als ze zich maar kunnen veroorloven. Het wantrouwen in de bereidheid van eigenaren en aandeelhouders om voor arbeidskrachten op te komen, het wantrouwen in het oude, commerciële model, in de op surveillance en monopolievorming gebaseerde economie en in de opkomst van de grenzeloze werkplek, dit alles heeft bij veel mensen de geest van het coöperativisme aangewakkerd. Wat zijn op de lange termijn de vooruitzichten voor platformcoöperaties? Zijn coöperaties geen achterhaalde organisatiemodellen voor werk? Wie dat beweert moet allereerst in overweging nemen dat de solidaire economie wereldwijd groeit. Bij coöperaties werken meer mensen dan bij alle multinationals bij elkaar.36 De Democratische presidentskandidaat senator Bernie Sanders van Vermont ziet het principe van arbeiderscoöperaties als een reële weg voorwaarts.37 Vandaag de dag werken in de Verenigde Staten negenhonderdduizend mensen bij coöperaties.38

In haar boek Collective Courage beschrijft Jessica Gordon Nembhard hoe African Americans coöperaties hebben gebruikt als vormen van activisme in de strijd voor mensenrechten. De Japanse coöperatieve consumentenvakbond bedient 31 procent van de huishoudens in dat land en Mondragon, de op zes na grootste industriële corporatie van Spanje, is een netwerk van coöperaties waarbij in 2013 74.061 mensen werkten. Emilia Romagna, een regio in Italië waar arbeiders-, consumenten- en landbouwcoöperaties worden aangemoedigd, kent een lagere werkloosheid dan andere regio’s in Italië.39 Volgens Kelly bestrijken coöperaties 40 procent van de landbouw in Brazilië en 36 procent van de detailhandel in Denemarken. 45 procent van het bruto binnenlands product van Kenia en 22 procent van het bruto binnenlands product van Nieuw-Zeeland is afkomstig van coöperaties. Ondanks vele tegenslagen is het moeilijk staande te houden dat het coöperatieve model heeft afgedaan.

In Groot-Brittannië werken momenteel 200 duizend mensen in meer dan 400 arbeiderscoöperaties. In Berlijn zijn burgers momenteel bezig nuts-coöperaties te vormen om het elektriciteitsnet van de stad op te kopen en te beheren.40 In de Duitse stad Schönau beheert een vergelijkbare consumentencoöperatie zowel het elektriciteitsnet als de gasvoorziening van de stad.

Het New Yorkse gemeenteraadslid Maria del Carmen Arroyo meldt dat de stad New York een ontwikkelingsfonds voor arbeiderscoöperaties heeft goedgekeurd ter waarde van 2,1 miljoen dollar.41 In 2015 werd een coalitie van vierentwintig arbeiderscoöperaties in New York vrijwel uitsluitend gerund door vrouwen. Laagbetaalde arbeidskrachten die zich bij deze coöperaties aansloten, zagen hun uurtarief in de afgelopen twee jaar oplopen van tien tot vijfentwintig dollar.

Ongetwijfeld staan alle coöperaties voor enorme uitdagingen. Denk alleen maar aan Walmart, de grootste wereldwijde organisatie na het Amerikaanse ministerie van Defensie en het Chinese Volksbevrijdingsleger.42 Het is geen lachertje voor coöperaties om het op te nemen tegen zulke giganten. Maar desalniettemin: wie zouden de drijvende krachten moeten zijn in deze strijd om het verbeelden van de toekomst van de arbeid? De platformeigenaar, de aandeelhouder, de ceo en de durfkapitalist? Of richten we ons toch liever op het collectief van de arbeidskrachten, zij aan zij met een door burgers geleide beweging? Het antwoord zou kunnen luiden: alle hierboven genoemde partijen.

Maar voor mij begint het probleem als veranderingen voornamelijk worden gezocht binnen de bestuurskamers van Silicon Valley. Zo organiseerde Tim O’Reilly in november 2015 Next:Economy,43 dat volstrekt werd gedomineerd door zakenlieden uit Silicon Valley. Mocht de selectie van de sprekers – naast twee of drie pleitbezorgers van arbeidsrechten hoofdzakelijk zakenmensen uit het bedrijfsleven – al niet duidelijk maken van wie de aanzet tot verandering werd verwacht, dan bleekhet wel uit de toegangsprijs van 3500 dollar.

De voormalige minister van arbeid Robert Reich wees erop dat om ‘het kapitalisme te redden’ arbeidskrachten een minimale sociale bescherming moeten genieten, omdat er anders oproer zal uitbreken. Robin Chase, een van de oprichters van ZipCar, uitte vergelijkbare sentimenten. En inderdaad, als je de maatschappelijke vrede wilt bewaren, zul je arbeiders iets moeten geven. Je kunt topmannen aanspreken op hun geweten, zoals O’Reilly wellicht doet, je kunt je hoop vestigen op hun goede wil, maar het blijft de vraag of zulke pleidooien de centrale missies van deze ondernemingen kunnen veranderen. Het is waar dat arbeidskrachten behoefte hebben aan goede bescherming en iemand die echt geeft om hun welzijn op lange termijn. Om ‘realistisch te zijn’ moet je realistisch inschatten of platformeigenaren verder zullen gaan dan het doen van wat kleine concessies aan arbeidskrachten. Om realistisch te zijn moet je de historische successen en mislukkingen onderkennen van de commerciële ‘solidaire economie’ en de solidaire economie.

Je kunt economische ongelijkheid niet rechtzetten met de goedgunstigheid van de eigenaren. Samen moeten we de infrastructuur herzien en de democratie daarin een centrale rol geven.

Als onderdeel van deze herziening is het de moeite waard opnieuw tegen het licht te houden hoe in het verleden structuren voor coöperativisme en mutualisme zijn opgebouwd in de Verenigde Staten. Hierbij hebben spirituele communalistische en coöperatieve bewegingen een hoofdrol gespeeld. De Duitse Mennonieten, onder wie de Amish, begonnen al vanaf 1684 naar de Verenigde Staten te komen. In het voorjaar van 1825 opende Robert Owen de deuren van de New Harmony gemeenschap in Indiana. In de jaren dertig van de twintigste eeuw zetten zowel de Nation of Islam als de katholieke arbeidersbeweging honderden communale projecten op. De katholieke sociale leer van het distributisme was invloedrijk binnen deze context door onder meer te suggereren dat gemeenschappen onroerend goed en gereedschap in gezamenlijk bezitten. Dertig jaar later werden de hindoeïstische Kripalu Yoga Ashram en het boeddhistische Karme-Choling Centrum opgericht. Spirituele gemeenschappen en coöperaties hebben vaak bewezen over meer uithoudingsvermogen te beschikken dan seculiere coöperatieve ondernemingen.

Sinds in 1844 de eerste moderne coöperatie werd opgericht in Rochdale, Engeland, hebben we genoeg tijd gehad om over arbeiderscoöperaties te praten, zo betogen critici, en in hun ogen blijkt uit de praktijk dat het model niet werkt. Deels hebben ze gelijk. De meeste arbeiderscoöperaties in de Verenigde Staten zijn niet succesvol uitgepakt. Maar het is goed in gedachten te houden wat de auteur John Curl opmerkt:

Alleen het bestaan van coöperaties is al een uitdaging aan de corporaties en het kapitalisme. Corporaties hebben altijd hard gewerkt om [coöperaties] te verzwakken, verdacht te maken en te vernietigen door prijsoorlogen te voeren, door wetgeving te laten introduceren die hun levensvatbaarheid ondermijnt, door ze in de media af te schilderen als subversief en als een fiasco, en door diverse andere strategieën te hanteren.44

Ook Rosa Luxexmburg was terughoudend over het idee dat coöperaties een alomvattend alternatief voor het kapitalisme zouden kunnen vormen:

De arbeiders die een coöperatie vormen op het terrein van de productie, zien zich geconfronteerd met de tegenstrijdige noodzaak zichzelf aan te sturen met het strengste absolutisme. Ze moeten zich tegenover zichzelf opstellen als een kapitalistische ondernemer, een tegenstrijdigheid die verklaart waarom productie-coöperaties meestal mislukken; ofwel ze groeien uit tot onversneden kapitalistische ondernemingen, ofwel ze vallen ten slotte uit elkaar omdat de belangen van de arbeiders blijven domineren.45

Er wordt gebruik gemaakt van alle methoden die een onderneming helpen zich naast haar concurrentie staande te houden op de markt, zo schreef Luxemburg.46

Daartegenover staat echter de onloochenbare en belangwekkende uitwerking die coöperaties hebben op de arbeidskrachten in die systemen. Bestaande coöperaties hebben bewezen stabielere banen en betrouwbaardere sociale zekerheid te bieden dan traditionele, commerciële bedrijfsmodellen. Het zou contraproductief zijn een al te rooskleurig beeld van coöperaties te schetsen. Ze zijn actief in een kapitalistische context waarbinnen ze gedwongen worden te concurreren. Netwerken van coöperaties als Mondragon kunnen zich niet werkelijk ontkoppelen van de uitbuitende bevoorradingsketens die het kapitalisme aandrijven.

Een veel gehoord bezwaar tegen coöperaties is dat ze even sterk onderhevig zijn aan marktmechanismen als ieder andere kapitalistische onderneming, wat onvermijdelijk tot zelfuitbuiting leidt. Na verloop van tijd kunnen ook coöperaties terugvallen op het trucje onbetaalde stagiaires en vrijwilligers zonder onkostenvergoeding aan het werk te zetten. Coöperaties staan bloot aan de meedogenloze concurrentie van de markt, maar gezien de winsten van twintig tot dertig procent die bedrijven als Uber maken, zou het een optie voor platformcoöperaties moeten zijn hun diensten tegen een lagere prijs aan te bieden. Ze zouden een winst van tien procent kunnen aanhouden, die deels zou kunnen worden gebruikt voor sociale uitkeringen aan arbeidskrachten. Ook zouden coöperaties tot bloei kunnen komen in nichemarkten door zich specifiek te richten op cliënten of consumenten met een laag inkomen.

Coöperaties zijn belangrijke instrumenten geweest om gemarginaliseerde groepen aan economische macht te helpen. Karla Morales van de kinderopvangcoöperatie Beyond Care beschrijft de eenvoudige voordelen: ‘Op mijn werk heb ik nu recht op ziekteverlof, vakanties en ontslagbescherming.’47 De zuidelijke staten van de Verenigde Staten hebben een lange geschiedenis van landbouwcoöperaties, waaraan gemeenschappen van Afro-Amerikanen economische en sociale onafhankelijkheid hebben ontleend. Er zijn echter ook tijden geweest dat coöperaties racisme of seksediscriminatie hebben bekrachtigd door bestaande praktijken in de samenleving over te nemen in plaats van ze aan de kaak te stellen. Juliet Schor schrijft:

Als je geïnteresseerd bent in sociale gerechtigheid, moet je weten dat er in non-profitomgevingen veel uitsluiting voorkomt op grond van ras, klasse en geslacht. Mensen gedragen zich op manieren die hun eigen maatschappelijke status en raciale positie bekrachtigt. Deze omgevingen zijn vaak problematischer qua ras, klasse en geslacht dan veel bedrijven met winstoogmerk. Als je een platform wilt opzetten dat aantrekkelijk is voor mensen van alle klassen, rassen en geslachten, moet je beginnen met de groep die je op het oog hebt.48

Sceptici klagen dat kredietunies de economie als geheel niet echt hebben veranderd en dat arbeiderscoöperaties niet de doorbraak van het socialisme teweeg hebben gebracht die in het vooruitzicht was gesteld. Maar daartegenover staan de langetermijnvoordelen voor de arbeidskrachten in die coöperaties. Tellen die niet mee? Arbeidskrachten hebben grip hun eigen werkzaamheden op een manier die ten goede komt aan het eigen welzijn. Coöperaties, hoe klein ook, kunnen fungeren als voorbeelden van ethische, zelfsturende ondernemingen die niet berusten op het uitbuiten van hun arbeidskrachten. Coöperaties kunnen bijdragen aan de creativiteit leveren, niet alleen voor de consumptie van producten, maar ook wat betreft de reorganisatie van werk.

De laatste tijd wordt vaak verwezen naar Hannah Arendt, die opmerkte dat een zwerfhond een grotere kans heeft om te overleven als hij een naam krijgt. Wees daarom welkom, platformcoöperatie.

Samen zullen we oud worden
zullen we naar elkaar toe trekken
en steeds hechter worden
We zullen elkaar vasthouden
terwijl het land verandert;
we zullen elkaar vasthouden
terwijl de wereld verandert.

– Anoniem49

Conceptueel berust platformcoöperatie op drie pijlers:

Het gebruik van de term platformcoöperatie stuit in ieder geval deels op een probleem. Mensen begrijpen het coöperatieve gedeelte, maar het platformstuk blijft mysterieus. Hoe noem je de plekken waar je rondhangt en waarde genereert als je je telefoon aanzet? In de context van dit werk wordt de term platform gebruikt voor een omgeving waarin een diensten of content worden aangeboden, ofwel uit winstbejag, ofwel door coöperatieve intermediairs. Laat me bij het uitleggen van het concept platformcoöperatie meteen duidelijk maken dat het geen technologisch noorderlicht is. Platformcoöperatie staat los van het westerse gedweep met technologische vooruitgang. Het is een manier van denken. Evgeny Morozov en Siva Vaidhyanathan nemen terecht afstand van de neiging alles op te hangen aan technologische oplossingen en het internet.

Platformcoöperatie omvat technologische, culturele, politieke en maatschappelijke veranderingen. Het is een venster van hoop, geen concrete utopie maar een opkomende economie. Sommige modellen die ik beschrijf bestaan al een jaar of twee, drie. Andere zijn nog denkbeeldige toepassingen. Sommige zijn prototypen, andere experimenten. Allemaal introduceren ze alternatieve waarden.

In het vervolg laat ik jullie kennismaken met diverse soorten van en uitgangspunten voor platformcoöperaties. Daarna zal ik stilstaan bij het coöperatieve ecosysteem en de bijbehorende bezwaren en uitdagingen.

5. Een typologie van platformcoöperaties

Bestaande voorbeelden van platformcoöperaties staan nog in de kinderschoenen. Als ik voorbeelden van initiatieven geef, is het onvermijdelijk dat ik andere belangrijke projecten ongenoemd laat. Als ik geen concrete initiatieven noem, zou de indruk kunnen ontstaan dat platformcoöperatie slechts een luchtkasteel is.

Online arbeidsbemiddelaren en markten in coöperatief eigendom

Vermoedelijk ben je bekend met het idee van online arbeidsbemiddeling. Denk aan bedrijven als TaskRabbit, die je helpen iemand in te huren om in twintig minuten je Ikea-meubels in elkaar te zetten. De app op je smartphone dient als tussenpersoon tussen jou en de arbeidskracht. Bij elke transactie gaat twintig tot dertig procent van het geld naar TaskRabbit.

De cartoonist en ‘deeleconomie’-advocaat Janelle Orsi constateert dat de belangstelling voor coöperaties aanmerkelijk toeneemt. Ze vertelt dat tientallen technologische startups en traditionele ondernemers als bloemisten en landschapsarchitecten contact hebben gezocht met haar Sustainable Economies Law Center,50 omdat ze willen kijken of ze de crowd in beweging kunnen brengen door hun activiteiten in een coöperatief model te gieten.

In San Francisco is Loconomics51 een freelancerscoöperatie (in de testfase). De leden bezitten aandelen, ontvangen dividend en hebben een stem in de bedrijfsvoering. Diensten worden niet bij opbod aangeboden en er is geen winstmarge voor de coöperatie. Loconomics biedt massages aan en andere diensten waar ter plekke vraag naar is. Lidmaatschap kost $29,95 per maand. De oprichters hebben de app eerst uitgeprobeerd in de Bay Area en staan sinds het voorjaar van 2016 gebruikers uit andere steden toe.

Ali Alkhatib, een promovendus in de informatica aan de universiteit van Stanford, werkt samen met Microsoft fuse Labs aan het ontwerp van een ‘generaliseerbaar, op arbeidskrachten gericht, peer-to-peer-economieplatform’ dat arbeidskrachten in staat stelt de software te beheren, te bedienen en te controleren.52 Het project bevindt zich nog in de eerste beginfase.

In Duitsland is Fairmondo opgezet als een gedecentraliseerde online marktplaats in bezit van de gebruikers, een coöperatief alternatief voor Amazon en eBay. Met zijn tweeduizend leden ambieert het uit te groeien tot een reëel alternatief voor de grote spelers in de digitale economie en tegelijkertijd trouw te blijven aan zijn waarden. De site steunt verder een klein aantal fairtrade organisaties en ethisch verantwoorde ondernemingen. Door hun model vanuit Duitsland ook beschikbaar te maken voor andere landen hopen ze een wereldwijde, gedecentraliseerde online marktplaats te creëren die in gezamenlijk bezit is van alle lokale coöperaties.

Coopify53 is een door studenten gemaakt platform, ten behoeve van arbeidskrachten die contant worden uitbetaald, met name gericht op laagbetaalde oproepkrachten. Het is gecreëerd door CornellTech’s mba-programma en het is gefinancierd door de Robinhood Foundation uit New York. Coopify zal worden gebruikt door laagbetaalde arbeidskrachten uit New York die geen of te weinig werk hebben en die niet terecht kunnen op bestaande online marktplaatsen bij gebrek aan voldoende kredietwaardigheid of adequate papieren. Het platform, dat beschikt over een eigen doorverwijssysteem en meertalige ondersteuning, zal arbeidskrachten tevens helpen met belastingaangiftes en zal het hun mogelijk maken contant te worden uitbetaald. Het Center for Family Life (cfl) in Sunset Park, New York, is een instelling voor maatschappelijk werk die Coopify momenteel uittest. Het cfl fungeert sinds 2006 als een broedplaats voor arbeiderscoöperaties om laagbetaalde immigranten te helpen aan een leefbaar inkomen en waardige arbeidsomstandigheden. Het centrum ondersteunt negen coöperaties, één coöperatienetwerk en in totaal 180 arbeidskrachten/eigenaren, voornamelijk vrouwen met een Latijns-Amerikaanse achtergrond. Coopify zal deze negen coöperaties helpen beter de concurrentie aan te gaan met platforms als Handy en Amazon Flex.

Platformcoöperaties als stadseigendom

Nu ik ben ingegaan op culturele producenten, maak ik een grote sprong om publiek eigenaarschap te bespreken, een concept dat een slecht imago heeft in de Verenigde Staten. Gar Alperovitz, een politieke econoom en de oprichter van het Democracy Collaborative, schrijft dat Amerika meer dan tweeduizend publieke elektriciteitsbedrijven heeft die samen met coöperaties meer dan vijfentwintig procent van de elektriciteit leveren in dit land.54 Alperovitz wijst erop dat de Verenigde Staten een lange geschiedenis kennen van hoteleigenaarschap in het geval van Dallas en ziekenhuiseigenaarschap in het geval van diverse andere steden. Anders dan veel gedacht wordt, heeft dit model behoorlijk goed gefunctioneerd.

Janelle Orsi heeft uitgebreide ideeën over eigenaarschap en het internet. In het verlengde van mijn voorstel om technologieën uit de deeleconomie te kopiëren en te reconstrueren op grond van democratische waarden, suggereert Orsi dat steden een software/onderneming à la Airbnb zouden kunnen aanbieden als een online marktplaats. Het webplatform zou de gezamenlijke eigendom vormen van de verhuurders en wordt volgens democratische principes zelf beheerd door de mensen die hun ruimtes verhuren. Een dergelijk project is al geïnitieerd in Seoul, Zuid-Korea. Het voorstel is om een stedelijke alliantie voor de platformeconomie te creëren, de Cities Alliance for Platform Economy (cape), om steden georganiseerd te krijgen rond een idee voor een dergelijk platform. Het heet Munibnb en zou opgezet kunnen worden als een samenwerking van een groot aantal steden die geld en middelen bij elkaar leggen om een softwareplatform te creëren voor kortetermijnverhuren. De deelnemende steden zouden vervolgens kunnen eisen dat kortetermijnverhuren altijd via deze website worden beklonken. De opbrengsten zouden hoofdzakelijk naar de gastheren kunnen gaan of deels door het stadsbestuur opgeëist kunnen worden, om ze bijvoorbeeld te gebruiken voor het helpen van ouden van dagen of het onderhouden van de straten. Orsi stelt de vraag:

Waarom zouden miljoenen door reizigers uitgegeven dollars uit onze steden moeten weglekken naar rijke aandeelhouders, met name als het helemaal niet zo moeilijk zou zijn deze diensten te laten uitvoeren door iets als Munibnb?55

Een andere door Orsi gesuggereerde app luistert naar de naam Allbnb en zou zorgen dat alle ingezetenen een dividend ontvangen uit de winst van een dergelijk verhuurplatform, dit naar analogie van het Alaska Permanent Fund, dat ingezetenen van die staat elk jaar een paar duizend dollar uitkeert, een percentage van de winst die Alaska boekt met de verkoop van olie. Deze drie apps lijken uitvoerbaar te zijn. Ze zouden steden in staat stellen niet alleen een rol te spelen in de regulering van de oproepkrachteneconomie, maar er zelfs actief vorm aan te geven.

Platforms in eigendom van gebruikmakers

Ik gebruik de term ‘produser’ als een mengvorm van producer en user (maker en eindgebruiker).56 Platforms in eigendom van produsers ontstonden in reactie op monopolistische platforms als Facebook en Google die gebruikers lokken met de belofte van gratis dienstverlening om munt te kunnen slaan uit hun content en data. Wat als we onze eigen versie van Facebook, Spotify of Netflix in bezit zouden hebben? Wat als de fotografen op Shutterstock.com eigenaar zouden zijn van het platform waarop hun foto’s worden verkocht?

Websites als Member’s Media, Stocksy en Resonate zijn een stap in de richting van het beantwoorden van deze vraag. Ze bieden gebruikmakers de kans de website waarop zij hun kunst distribueren mede in eigendom te hebben. Platforms in eigendom van gebruikmakers stellen kunstenaars in staat carrière te maken als mede-eigenaren van het platform dat ze gebruiken om hun werk te verkopen.

Het in Berlijn gevestigde Resonate57 is een coöperatief systeem voor het streamen van muziek. Het is in eigendom van de mensen die het gebruiken. Op Resonate streamen gebruikers een nummer net zo lang tot ze het in eigendom hebben. De eerste keer dat ze een nummer draaien kost hun dat 0,002 cent, de tweede keer 0,004 cent. Bij de vierde of vijfde keer worden ze aan het nummer gekoppeld. Na verloop van tijd krijgen ze het in bezit.

Stocksy58 is een kunstenaarscoöperatie voor stockfotografie. De coöperatie is gebaseerd op het idee de kunstenaars die foto’s bijdragen aan de website te laten delen in de winst en mede-eigenaar te maken van het platform. Kunstenaars kunnen een aanvraag doen toe te mogen treden. Als ze worden toegelaten, kunnen ze beelden ter beschikking stellen. Bij verkoop krijgen ze een commissie van vijftig procent. Daarnaast delen ze aan het eind van het jaar in de winst. Het doel van de coöperatie is hun leden te helpen duurzaam carrière te maken. In 2014 liepen hun inkomsten op tot 3,7 miljoen dollar. Sinds hun oprichting hebben ze miljoenen dollars aan dividend uitgekeerd aan hun kunstenaars.

Member’s Media59 is een coöperatief mediaplatform dat is gewijd aan producenten en liefhebbers van onafhankelijke narratieve films. De makers en de gebruikers van de site – de gebruikmakers – bezitten het merendeel van het platform, samen met de oprichters en de investeerders.

Vakbonden en arbeidsplatforms

Van Denver tot Newark zijn er diverse voorbeelden te vinden van initiatieven waarbij taxichauffeurs en vakbonden samen apps hebben opgezet en de taxisector hebben gereorganiseerd. Als bedrijven slim waren, zouden ze de betrokkenheid van de vakbonden toejuichen omdat uit onderzoek blijkt dat vakbondsleden langer voor een bedrijf blijven werken en minstens zo productief zijn.60

In Newark, New Jersey, begon de Transunion Car Service als een taxidienst zonder winstoogmerk waarvan de chauffeurs lid waren van de United Transportation Alliance van New Jersey, gelieerd aan de cwa Local 1039. Dankzij de vakbond hebben de chauffeurs toegang tot zaken als een kredietunie, immigratieondersteuning, gezondheidszorg en pensioen. Het bedrijf is van plan uit te breiden naar Atlantic City, Elizabeth (New Jersey) en Hoboken.

Al in 2007 sloten taxichauffeurs zich aan bij de Communications Workers of America Local 7777 en twee jaar later wisten ze Union Taxi op te zetten, de eerste taxichauffeurcoöperatie van Denver. De coöperatie wordt tevens ondersteund door 1worker1vote.org, die coöperaties van vakbondsleden helpt bij het uitvogelen van lonen, uitkeringen en opleidingsprogramma’s. De opstartkosten, vaak een grote uitdaging voor coöperaties, was in dit geval niet echt een kwestie omdat de chauffeurs de apparatuur al in bezit hadden.

De California App-based Drivers Association (cada)61 is een ledenorganisatie zonder winstoogmerk die chauffeurs van Uber, Lyft, Sidecar en andere op apps gebaseerde bedrijven samenbrengt. cada’s chauffeurs zijn niet in loondienst en kunnen daarom geen volwaardig vakbondslid worden. De Teamsters Local 986 kan echter wel lobbyen voor chauffeurvriendelijke regelgeving. Ze stellen zeker dat chauffeurs van Lyft en Uber met één stem spreken.

Coöperaties van binnenuit

Een ander aanlokkelijk, zij het vooralsnog denkbeeldig voorstel is het idee arbeiderscoöperaties te vormen binnen in de buik van de deeleconomie. Uber-chauffeurs kunnen de technische infrastructuur van het bedrijf gebruiken om hun eigen ondernemingen op te zetten. Een dergelijke vijandige overname door arbeidskrachten zou denkbaar zijn als gevolg van een antitrustrechtzaak, vergelijkbaar met het proces dat tegen Microsoft werd aangespannen na de lancering van Internet Explorer.

Het platform als protocol

Wellicht zal de toekomst van werk niet worden gedicteerd door gecentraliseerde platforms, zelfs al werden ze beheerd door coöperaties. Wellicht kunnen peer-to-peer-interacties met enkel protocols worden gefaciliteerd. Zo is La’Zooz62 in Israël een gedistribueerd peer-to-peer-netwerk voor het huren van ritjes. Waar Member’s Media gezien wil worden als een Netflix voor filmmakers en liefhebbers, in eigendom van de gebruikmakers, daar zou La’Zooz getypeerd kunnen worden als het BitTorrent van het ritjes delen. Iedereen die in een stad rondrijdt kan crypto-tegoedbonnen verdienen door passagiers mee te nemen. Anders dan het hiervoor beschreven systeem is La’Zooz volkomen peer-to-peer. Er is geen centraal punt, geen hoofdkwartier.63

Tien uitgangspunten voor platformcoöperatie

Een technische bespreking van de onderliggende waarden, regels en richtlijnen voor platformcoöperaties is ongetwijfeld slechts interessant voor wie zich hier al voor wil inzetten. We moeten er uiteraard mee beginnen het verlangen naar coöperatieve oplossingen aan te wakkeren. Astra Taylor herinnert aan de wijsheid van Elaine Browne, de voormalige leider van de Black Panther Party: ‘Organiseren of mobiliseren doe je nooit rond abstracte principes.’64 Aan de andere kant worden de uitgangspunten en onderliggende waarden van platformcoöperatie van wezenlijk belang zodra men ermee aan de slag gaat .

Juliet Schor heeft tweehonderd interviews gehouden met arbeidskrachten uit de deeleconomie. Haar suggestie is:

Zorg dat je de waardepropositie goed hebt. Wat je aanbiedt moet van economische waarde zijn voor de mensen die je wilt aantrekken. In de non-profitsector ontbreekt het hier vaak aan. In de commerciële sector hebben ze dit vaker goed.

In aanvulling op Schors punten, die zijn beïnvloed door het gedachtegoed van de Duitse dienstenvakbond ver.di,65 stel ik de volgende uitgangspunten voor platformcoöperaties voor:

1) Eigenaarschap

Een van de centrale verhalen rondom wat men de deeleconomie placht te noemen, draait om de afwijzing van eigendom. Millenials, zo werd ons verteld, zijn niet geïnteresseerd in fysieke bezittingen. Ze willen gewoon toegang tot ‘spul’. Muzieknummers downloaden ze niet, die streamen ze. Ze kopen geen auto, maar delen graag ritjes. Ons verhaal over het internet daarentegen draait om mensen.

Het internet is in 1969 ontworpen als een militair wetenschappelijk netwerk. Aan het begin van de jaren negentig heeft de National Science Foundation het in privaat eigendom laten overgaan. Sindsdien heeft het internet ons op vrijwel alle gebieden veel gebracht, maar het vraagstuk van gedeeld eigenaarschap is buiten beschouwing gebleven.

Het gaat hier niet om schattige katjes op Reddit, maar om een internet van eigenaarschap. Platformcoöperaties die collectief eigendom beheren, in handen van de mensen die er de meeste waarde op creëren, zouden kunnen zorgen dat de nadruk weer meer komt te liggen op publieke voorzieningen zoals in de beginjaren. Platformcoöperatie kan veranderen hoe gewone mensen denken over hun relatie tot het internet.

2) Fatsoenlijke betaling en inkomenszekerheid

De nieuwe en veelal goed opgeleide oproepkrachten die werken voor crowdsourcing systemen als Amazon Mechanical Turk verdienden in 2015 twee à drie dollar per uur, wat schandalig is voor een land dat zo rijk is als de Verenigde Staten. Zoals huishoudelijk werkers bij mensen thuis worden weggestopt, zo blijven ook digitale arbeidskrachten onzichtbaar, weggestopt tussen de algoritmes. De Domestic Workers Alliance komt hiertegen in verzet. Tijdens het Worker Voice-evenement in het Witte Huis introduceerde deze alliantie de Good Work Code met de eenvoudige eis: ‘Iedereen heeft een eerlijk loon en sociale zekerheid nodig om rond te komen.’66

3) Transparantie en data-overdraagbaarheid

Transparantie draait niet alleen om operationele transparantie. De coöperatieve online marktplaats Fairmondo benadrukt bijvoorbeeld dat de volledige begroting van de coöperatie openbaar wordt gemaakt. Transparantie draait daarnaast om de omgang met data, met name de data van klanten. Het zou transparant moeten zijn welke data worden verzameld, hoe dat gebeurt, hoe ze vervolgens worden gebruikt en aan wie ze worden doorverkocht.

4) Waardering en erkenning

Een goede sfeer op het werk hoort te worden meegenomen in de discussie. Arbeidskrachten verdienen erkenning en waardering van eigenaren en leidinggevenden. Het draait hierbij om het vermogen van arbeidskrachten om te communiceren met de eigenaren en leidinggevenden van een platform. Als arbeidskrachten te laat worden betaald, niet op tijd vergoeding ontvangen67 of worden ontslagen, moeten ze wel het recht op een verklaring kunnen halen.

5) Medezeggenschap

Arbeidskrachten zouden van meet af aan bij de inrichting van arbeidsplatforms moeten worden betrokken en inspraak hebben zolang ze er gebruik van maken. Op die manier kunnen coördinatoren meer inzage krijgen in de werkprocessen. Zoals Juliet Schor het formuleert: ‘Begin vanaf dag één te werken met de mensen die je op je platform wilt hebben.’

6) Raamwerk voor juridische bescherming

Platformcoöperaties hebben juridische ondersteuning nodig omdat ze niet worden gezien als een gebruikelijke organisatievorm. Deze hulp is onder meer nodig als coöperaties voor de rechter worden gedaagd. De triomf van de aandeelhoudersonderneming is behaald met behulp van controle over het politieke, wettelijke en economische systeem. Amerikaanse wetten bevoordelen grote bedrijven ten koste van de bevolking. Zo kan het dat coöperaties inschikkelijke gemeentelijke regelgeving nodig hebben om een eerlijke kans te maken, terwijl federale bestuurders deze proberen te voorkomen. Gevestigde partijen kunnen proberen hun arbeidskrachten ervan te weerhouden bij andere (coöperatieve) platforms aan de slag te gaan. Juristen kunnen zulke maatregelen aan de kaak stellen of lobbyen om ze door de staat illegaal te laten verklaren. Ten slotte, zoals Frank Pasquale heeft opgemerkt, is er de bizarre inconsistentie waarmee de Amerikaanse antitrustwet monopolies en coöperaties behandelt.68 Waar monopolies een vrijbrief kunnen krijgen in de Verenigde Staten als ze ‘van nature’ zijn ontstaan (wat dat ook moge betekenen), daar kan een federatie van coöperaties met de antitrustwet te maken krijgen als ze het opneemt tegen een dominant gevestigd bedrijf en daarbij prijzen of zelfs maar gedragsregels probeert vast te stellen. Terwijl de Verenigde Staten nogal inschikkelijk zijn tegenover monopolies zolang ze zich min of meer aan de regels houden, zijn ze behoorlijk onverbiddelijk tegenover kartels. Vanuit de regering wordt erop aangestuurd dat het bedrijfsleven het voor het zeggen heeft terwijl de middenklasse wordt gemarginaliseerd.

7) Flexibele werknemersverzekeringen en premies

Zowel flexwerkers als traditionele arbeidskrachten zouden in staat moeten zijn pensioenaanspraken en andere opgebouwde rechten mee te nemen in verschillende werkvormen. Sociale zekerheid zou niet vast moeten zitten aan een enkele werkplek. De Franse overheid is dit idee aan het uitproberen en in de Verenigde Staten is Steven Hill, een auteur uit San Francisco, een van de mensen die dit idee voorstaat in zijn recentste boek Raw Deal: How the ‘Uber Economy’ and Runaway Capitalism Are Screwing American Workers. Elke arbeidskracht zou een individuele rekening voor sociale zekerheid moeten hebben, waaraan elke onderneming die hem of haar inhuurt een kleine ‘vangnettoeslag’ zou moeten betalen die evenredig is aan het aantal uren dat de arbeidskracht voor de onderneming heeft gewerkt. Met dat geld zou het sociale zekerheid van de arbeidskracht kunnen worden gedekt aan de hand van bestaande instituties als Social Security, Medicare, Obamacare en compensatieregelingen voor ziekte en ontslag. In aanvulling daarop zouden arbeidskrachten het recht moeten krijgen op minimaal vijf dagen betaald ziekteverlof en evenveel betaalde vakantiedagen.69

Dit voorstel heeft een belangrijk gevolg. Als vrijwel alle arbeidskrachten vergelijkbare rechten hadden, zouden werkgevers veel minder reden hebben om voor flexwerkers te kiezen omdat ze door hun keuze voor zulke arbeidskrachten niet langer een bijdrage aan hun sociale zekerheid kunnen omzeilen. Deze veranderingen kunnen worden geïmplementeerd op het niveau van de gemeente of de staat. Amerikanen hoeven niet te wachten tot een disfunctioneel Congres in actie komt. Veel zal afhangen van de kleine lettertjes bij een dergelijk programma, dat maar al te gemakkelijk zou kunnen ontaarden in een dekmantel voor verdere deregulering.

8) Bescherming tegen willekeur

Uber staat bekend om de willekeur waarmee het arbeidskrachten straft en ontslaat. Zonder waarschuwing vooraf kunnen chauffeurs worden beroofd van hun inkomen.70 De redenen voor het ontslag zijn vaak onduidelijk aangezien het bedrijf weigert in te gaan op chauffeurs die om opheldering vragen, een probleem waar ook arbeidskrachten bij andere platforms mee te maken hebben.71 Bij Lyft kunnen chauffeurs van het platform af worden geknikkerd als hun waardering beneden de 4,5 sterren valt. Consumenten krijgen een leidinggevende rol ten aanzien van de levensvoorziening van mensen die voor ze werken, wat een enorme verantwoordelijkheid met zich mee brengt.

Alsof dat nog niet genoeg is, straft het reputatiesysteem van Uber zijn arbeidskrachten ook voor klanten met dikke vingers die per ongeluk de verkeerde knop indrukken bij het evalueren van een rit en zo het levensonderhoud van de chauffeur op het spel zetten.

Het arbeidskrachtenreputatiesysteem van Uber is gehuisvest in de ‘cloud’, op de gecentraliseerde, private servers van het bedrijf. Net als bij andere nieuwe bedrijven in de deeleconomie maakt dit het arbeidskrachten onmogelijk om hun reputatie elders te gelde te maken. Als ze op een ander platform overstappen, beginnen ze weer bij nul. Daarom is het van essentieel belang dat arbeidskrachten hun eigen, gedecentraliseerde reputatie- en identiteitssysteem opzetten. Projecten als Traity72 en Crypto Swartz73 werken hieraan.

9) Afwijzing van buitensporige surveillance op het werk

Buitensporige surveillance op het werk, in de trant van de werkdagboeken van oDesk (tegenwoordig UpWork)74 of de constante evaluaties van TaskRabbit, moet van de hand worden gewezen.

Waar is de waardigheid van het werk in deze systemen? Hoe zou jij het vinden elke ochtend op te staan om te dingen naar je werk voor die dag? Hoe zou jij het vinden om mensen die je helemaal niet kent, je om de vier uur zouden beoordelen? Zulke vormen van toezicht ontnemen arbeidskrachten hun waardigheid.

10) Het recht uit te loggen

Arbeidskrachten moeten ook het recht hebben uit te loggen. Fatsoenlijk digitaal werk moet duidelijk zijn afgebakend. Platformcoöperaties moeten tijd overlaten voor ontspanning, levenslang leren en vrijwillig politiek activisme.

Het is belangrijk een dergelijke visie uit te werken op basis van hoogstaande idealen. We zullen veel tijd nodig hebben voor het dichter benaderen van deze visie die verder moet worden uitgewerkt. Ons onvermogen ons een ander leven voor te stellen zou de eindoverwinning voor het kapitaal betekenen.

Het zal geen verbazing wekken als ik stel dat ook platformcoöperatie voor enorme uitdagingen staat, uiteenlopend van de zelforganisatie en het management van arbeidskrachten tot de technologie, het ontwerp van de gebruikerservaring, onderwijs, langetermijnfinanciering, schaalvergroting, loonschalen, concurrentie met gigantische multinationals en publieke bewustwording. Andere uitdagingen omvatten het doorlichten van de centrale leden van een coöperatie en het regelen van verzekeringen. Het doordenken van dergelijke problemen doet er duidelijk toe. Naïviteit en enthousiaste armgebaren zijn niet genoeg. Jodi Dean heeft een punt als ze stelt: ‘Het laat Goldman Sachs koud of je kippen houdt.’ Maar de eigenaren van grote bedrijven zullen geïnteresseerd raken als ze er lucht van krijgen dat er in heel Noord-Amerika op online marktplaatsen draaiende kippencoöperaties opkomen. Om goed digitaal werk mogelijk te maken zullen gelijkgezinde mensen zich moeten organiseren om op te komen voor democratisch eigendom en arbeidsrechten.

Een andere uitdaging is het mobiliseren van de arbeidskrachten. Zogenaamde zzp’ers treffen hun collega’s niet tijdens de lunch. Ze hangen niet rond in vakbondshallen. In plaats daarvan verkeren ze grotendeels in isolement. ‘Als deze mensen zich meer willen toe-eigenen en meer besluitvormende invloed willen uitoefenen, zal het versterken van hun sociale netwerken onderdeel van het project moeten zijn,’ zo benadrukte de econoom Paola Tubaro in reactie op het idee van platformcoöperatie.75 Er zijn wel wat pogingen gedaan andere vormen van arbeiderssolidariteit te creëren. Denk aan een ontwerpinterventie als Turkopticon,76 een werkgeverreputatiesysteem dat arbeidskrachten gebruiken op het platform van Amazon Mechanical Turk, en aan Dynamo,77 een gemeenschap van Turkers rond een petitie. Dit alles heeft echter weinig van doen met traditionele arbeidersorganisaties en het maakt het niet veel gemakkelijker platformcoöperaties op te zetten. De uitdaging blijft: hoe organiseer je gedecentraliseerde arbeidskrachten?

6. Het coöperatieve ecosyteem

Platformcoöperaties zijn geen op zichzelf staande eilanden. Elke coöperatie maakt deel uit van een ecosysteem. Neal Gorenflo schrijft:

Het geheim van it-startups is deels dat ondernemers gebruik kunnen maken van een gangbare organisatiestructuur, financieringsmodel en ontwikkelingstraject. Er bestaat met andere woorden een sjabloon. Platformcoöperaties hebben ook sjablonen nodig, sjablonen voor een scala aan organisatorische patronen. Wat nodig is, is een klein aantal broedplaatsen in verschillende mondiale steden die samen de eerste golf platformcoöperaties ter wereld brengen. De truc is die eerste paar platformcoöperaties van de grond te krijgen en daarna een wereldwijd ecosysteem te ontwikkelen dat mensen aanmoedigt werkmodellen te over te nemen in uiteenlopende bedrijfstakken en op verschillende plekken op aarde.78

Platformcoöperaties zijn afhankelijk van andere coöperaties, financieringsmodellen, computerprogrammeurs, advocaten, arbeidskrachten en ontwerpers. Allianties tussen coöperaties zijn van cruciaal belang. Ze moeten gebaseerd zijn op standaarden, vrije kennis en gedeelde strategieën, doelen en waarden: een verschuiving in mentaliteit van Ayn Rand naar Robert Owen, ondersteund door een politiek programma.

Financiering

Platformcoöperaties en coöperaties in het algemeen vragen om een ander financieringsmodel dan traditionele ondernemingen. Veel traditionele financieringsbronnen staan niet open voor platformcoöperaties en toezichtshouders houden dergelijke experimenten actief tegen. Welke financieringsmogelijkheden zijn er om de financiële slagkracht van de massa te vergroten?

Aan de ene kant vormen de opstartkosten, vaak de grootste uitdaging voor coöperaties, in dit geval niet eens de grootste belemmering. In het geval van transport bezitten de chauffeurs hun voornaamste middelen al. In Spanje fungeert Mondragon, de grootste industriële coöperatie ter wereld, als een ontwikkelingsbank. In Duitsland spelen banken een belangrijke rol in de ontwikkeling van kleine ondernemingen, die in dat land een groot deel van de economie uitmaken.

Projecten als Seed.coop helpen coöperaties van de grond te komen.79 Crowdfundingcampagnes kunnen succes boeken. De Spaanse crowdfundingwebsite goteo verdient aparte vermelding omdat die alleen projecten toelaat die uitgaan van vrije kennis.80

In zijn artikel ‘Owning is the New Sharing’81 vertelt Nathan Schneider over het eerste experiment in ‘crypto-gerechtigheid’ genaamd Swarm.82 Swarm is een crowdfundingwebsite, de Kickstarter van blockchain zo je wil, die draait op een ‘zwerm’ kleine investeerders in plaats van op grote durfkapitalisten. De website gebruikt een cryptomunt in plaats van dollars, maar de eerste campagne had een opbrengst ter waarde van meer dan een miljoen dollar.

Toezichthouders maken het echter niet gemakkelijker. Brewster Kahle, de oprichter van archive.org, probeerde een kredietunie op te zetten, maar werd geconfronteerd met een stortvloed aan accountantscontroles en gaf uiteindelijk op vanwege alle bureaucratie.83 Silicon Valley, dat is gebouwd op speculeren, kortetermijnwinsten boeken en binnenlopen door naar de beurs te gaan, biedt niet het juiste financieringsmodel voor coöperaties die langzaam groeien en ontworpen zijn met het oog op duurzaamheid.

Het goededoelenplatform External Revenue Service probeert te voorkomen dat non-profitorganisaties al hun tijd kwijt zijn aan bedelen om geld. Gebruikers van External Revenue Service zeggen een bepaald bedrag per maand toe dat dan wordt verdeeld over de organisaties van hun voorkeur.84 Max Dana van External Revenue Service schrijft:

Om donaties te kunnen ontvangen moeten mensen eerst beloven zelf een deel van hun eigen jaarinkomen te besteden aan minstens één ander iemand. […] De External Revenue Service is niemands eigendom. Het is een gedistribueerd netwerk van donoren en gebruikers die zich eraan hebben gecommitteerd het systeem te onderhouden en uit te bouwen.85

In Groot-Brittannië is Robin Hood Minor Asset Management een coöperatief hedgefonds dat conservatief handelt op de aandelenbeurs. Het runt simpelweg een datamining-algoritme dat het gedrag van de grote spelers op Wallstreet kopieert om de opbrengsten bijvoorbeeld in coöperaties te steken. Het stelt de vraag: ‘Wat als kapitaal p2p zou zijn?’86

In de Verenigde Staten is Slow Money een opvallende, nationale non-profitorganisatie die als catalysator fungeert voor investeringen in met name duurzame voedselvoorziening en landbouw. FairShares ondersteunt landbouwcoöperaties en The Worker Lab is de eerste door vakbonden ondersteunde innovatieversneller van het land. Volgens de institutionele belegger Kanyi Maqubela is schaalbaarheid het belangrijkste voor de coöperatieve beweging. Bij het Collaborative Fund probeert hij schaalvergroting voor platformcoöperaties mogelijk te helpen maken door hen van genoeg liquiditeit te voorzien om grote kapitaalinjecties aan te kunnen trekken. ‘Het is alle hens aan dek, inclusief investeerders, om een coöperatievere wereld te creëren,’ zei Maqubela.87

Platformcoöperatie voor de gemeenschap

Het internet wordt al geassocieerd met vrij toegankelijke kennis en uitwisselingen buiten de markt sinds Hi-Tech Gift Economy van Richard Barbrook, Wealth of Networks van Yochai Benkler, Spiral Viral van David Bollier, ‘Venture Communism’ van Dmytri Kleiner88 en Michel Bauwens’ werk met de p2p Foundation. Meer dan tien jaar geleden muntte Dmytri Kleiner de term ‘venture communism’ voor de mogelijkheid om met een federatie van coöperaties communicatieplatforms op te zetten die de gecentraliseerde, kapitalistische, uiterst gecontroleerde en onze privacy schendende platforms af te troeven die in de afgelopen tijd zijn opgekomen. Hij roept ons op te onderzoeken hoe het internet, dat begon als een decentraal coöperatief netwerk, zo gecentraliseerd en door grote bedrijven gedomineerd heeft kunnen worden.89

Platformcoöperaties werken met vrij toegankelijke kennis. Ze steunen op open design en open-source hardwarelicenties voor 3d-prints. Ze faciliteren het coöperatieve ecosysteem. Michel Bauwens werkt momenteel aan op wederkerigheid gebaseerde licenties,90 die coöperaties bijvoorbeeld in staat zouden stellen stukken code met elkaar te delen. Coöperaties zouden de code vrijelijk kunnen gebruiken terwijl anderen ervoor zouden moeten betalen.

Vrije software voor platformcoöperaties

De backend van platformcoöperaties moet draaien op vrij toegankelijke software. Niet alleen moet de code toegankelijk zijn voor de arbeidskrachten zodat ze inzicht kunnen krijgen in de parameters en patronen die hun werkomgeving bepalen. De software moet ook vanaf dag één worden ontwikkeld in overleg met de arbeidskrachten.

In de transportsector hebben we het bijvoorbeeld over minstens vier apps. Er is één app voor de passagier en één voor de chauffeur en die moeten zowel voor Android-telefoons als voor iPhones worden geprogrammeerd. Die apps zouden bovendien voortdurend van updates worden voorzien om ze bruikbaar te houden, aangezien besturingssystemen en telefoons regelmatig veranderen. Dit betekent dat er aanhoudende financiering voor ontwikkelkosten nodig is. Platformcoöperaties kunnen niet overleven op een enkele succesvolle crowdfundingactie.

Ontwikkelaars van vrije software zouden de centrale protocollen kunnen publiceren om andere open-source projecten in staat te stellen zowel voor de frontend als voor de backend hun eigen componenten te ontwikkelen. Hier zouden de verschillende dienstensectoren hun voordeel mee kunnen doen, van crowdsourcing tot migranten zonder papieren en van schoonmakers tot babysitters.

Blockchain-technologie voor algoritmische regulering

Naarmate coöperaties betrokken raken bij online arbeidsmarkten, worden ze steeds gedistribueerder, steeds internationaler. Het onderlinge vertrouwen tussen de leden zoals dat bestond in lokale organisaties is daardoor niet langer vanzelfsprekend. Blockchaintechnologie is een manier om het vertrouwensprobleem aan te vliegen.

Blockchain is het onderliggende protocol van de virtuele munt Bitcoin. Voor platformcoöperaties is Bitcoin zelf echter niet de belangrijkste ontwikkeling. Blockchain heeft andere toepassingen dan het ondersteunen van betaalmiddelen. ‘Blockchain is een gedistribueerde baggeraar waar de munt Bitcoin op draait,’ zo legt de Ierse onderzoeker Rachel O’Dwyer uit. Met blockchaintechnologieën kan een openbare database worden gemaakt voor allerlei soorten transacties die vertrouwen vergen. Zo doen overheden experimenten met blockchaintechnologie voor verkiezingsapplicaties. Het nationale instituut voor grondbezit van Honduras heeft Factom, een Amerikaanse startup, bijvoorbeeld gevraagd om op basis van blockchain-technologie een prototype voor een landregister te leveren.91

Hoewel er veel positief potentieel is, waarschuwt O’Dwyer dat de meeste applicaties met blockchaintechnologie momenteel meer met durfkapitalisme dan met durfcommunisme te maken hebben. Denk aan het verbeteren van de uitwisseling tussen private banken en ‘verbeterde’ vormen van digitale-rechtenmanagement.

Maar deze technologie maakt ook peer-to-peer-marktplaatsen zonder tussenpersoon mogelijk. Stel je ‘gedecentraliseerde autonome organisaties’ en virtuele bedrijven voor die in wezen gewoon een verzameling regels voor transacties tussen gelijken zijn.92 Prima, maar tot wie wend je je als er iets mis gaat? Blockchain-programmatuur wordt ook gebruikt als consensusmechanisme voor platforms, als instrument om de democratische besluitvorming binnen coöperaties te faciliteren. De huisregels, de leden, de aandelen en de stemmingen kunnen onherroepelijk worden opgeslagen.

Aan de andere kant, zegt O’Dwyer, ‘blockchaintechnologie is gebaseerd op het idee vertrouwen naar een technische architectuur over te hevelen vanuit gecentraliseerde instituties als de staat maar ook vanuit sociale instituties. Sommige mensen noemen dit “vertrouwen in de code,” maar dit vertrouwen impliceert tegelijkertijd dat we elkaar niet meer hoeven te vertrouwen. In plaats daarvan wordt je gevraagd te vertrouwen op een algoritme. Sommigen noemen dit zelfs een vorm van algoritmische regulering.’93 Ook is er de bezorgdheid dat marktplaatsen die op blockchain draaien het gemakkelijker zouden kunnen maken om bijvoorbeeld belastingen te ontduiken.

De oprichting van een WordPress voor platformcoöperaties

Bij onze pogingen mensen met elkaar in contact te brengen die geïnteresseerd zijn in coöperaties en het internet, hebben we gemerkt dat door het hele land ontwikkelaars met vergelijkbare projecten bezig zijn.

Een slecht gefinancierd groepje ontwerpers aan de westkust van de Verenigde Staten is bijvoorbeeld een online arbeidsmarkt aan het opzetten, terwijl een project aan de oostkust met iets vergelijkbaars bezig is, maar geen van beide partijen overweegt de handen ineen te slaan.

Mijn voorstel zou zijn om verschillende over de wereld verspreide ontwikkelaars te laten werken onder de paraplu van een Consortium voor Platformcoöperatie dat in staat zou zijn geld in te zamelen voor het voortdurend doorontwikkelen van de harde kern van een dergelijk vrije-softwareproject. Anders dan in de door Jeremy Rifkin geschetste ‘zero marginal cost society’ is het nog altijd extreem duur een online arbeidsmarkt te bouwen en bij te houden. Een dergelijk consortium zou hierbij kunnen helpen.

Democratisch bestuur

Coöperatieve structuren vragen om collectieve besluitvoering, conflictoplossing, consensusvorming en om een transparant beheer van aandelen en middelen. En dan is er nog het algemene aansturen van de arbeidskrachten. Een van de centrale vragen in dit verband is hoe machtsmisbruik kan worden voorkomen. In wezen is bestuur een van de primaire kwesties. Hoe kan het platform zichzelf besturen op een gedistribueerde en echt democratische wijze? Er zijn hiervoor in de afgelopen jaren enkele overtuigende instrumenten opgekomen: Loomio, Backfeed, d-cent en ConsenSys.

Loomio, dat ook wel bekend staat als het Facebook van de internetdemocratie, is een arbeiderscoöperatie, gevestigd in Wellington (Nieuw-Zeeland) en New York,94 die open-source software produceert die in het verlengde liggen van de grondbeginselen van de Occupy-beweging. Loomio is een webapplicatie met communicatie- en steminstrumenten die het gemakkelijker maakt democratische gemeenschappen te faciliteren.95 In Spanje hebben 27 duizend burgers zich bij Loomio aangesloten om een van onderop aangestuurd nationaal netwerk te vormen rond de snel groeiende politieke partij Podemos. In totaal maken honderdduizend mensen uit 93 landen al gebruik van Loomio.

Backfeed.cc is een gedistribueerde collaboratieve organisatie die draait op blockchain-technologie. Ze ondersteunt coördinatie binnen een zichzelf aansturend netwerk.96

d-cent is voortgekomen uit het recente activisme in Catalonië, IJsland en Griekenland. De organisatie is een verzameling instrumenten aan het creëren voor het snel implementeren van democratische en/of coöperatieve platforms. Haar doel is om mensen de politieke macht te geven om beleid voor te stellen, opties te bespreken, voorstellen op te stellen en te bestuderen, te stemmen en beslissingen te nemen.97

ConsenSys98 is een productiestudio voor ondernemingen die gedecentraliseerde applicaties en diverse instrumenten voor ontwikkelaars en gebruikers van blockchain-ecosystemen bouwt, waarbij de focus ligt op Ethereum.

Ontwerp voor gebruiksvriendelijke solidariteit

Maar al te vaak bagatelliseren technologen het belang van het interface-ontwerp. Dit is betreurenswaardig omdat vrije-softwareplatforms op het niveau van de gebruikerservaring de concurrentie aan moeten gaan met de gewenning aan de aantrekkingskracht van een naderende Uber-taxi op het scherm van je telefoon. Of op zijn minst moeten ontwerpers beslissen in hoeverre ze een consumentenmentaliteit willen inbouwen. Cameron Tonkinwise, directeur Design Studes aan de Carnegie Mellon University, waarschuwt:

Veel van deze platforms faciliteren interacties tussen mensen. Er worden politieke beslissingen genomen op het niveau van het software-ontwerp en het interface-ontwerp en die beslissingen worden genomen door ontwerpers, die vaak bij uitstek slecht zijn toegerust om de politieke implicaties van hun werk te beoordelen. Politiek wordt nu bedreven op het niveau van micro-interacties en het is van groot belang dat ontwerpers de sociologie en antropologie van hun activiteiten leren begrijpen.99

Wat kan er anders bij het ontwerp voor platformcoöperaties? Cameron Tonkinwise pleit voor een ontwerp dat ‘gebruiksvriendelijke solidariteit’ faciliteert, een ontwerp dat het verrichten van kleine solidaire daden gemakkelijk en naadloos laat verlopen.100 Hij stelt bijvoorbeeld voor dat het ontwerp arbeidskrachten letterlijk zou moeten uitlokken solidair te zijn. Als ik kan zien dat arbeidskracht A drie kinderen heeft, duurder is dan arbeidskracht B, en dat ze bovendien op het punt staat eruit gegooid te worden bij TaskRabbit of Uber, word ik voor de keuze geplaatst haar al dan niet te steunen. Hoewel een dergelijke benadering solidariteit een beetje zou vergemakkelijken, zou ze uiteraard ook enige evidente privacy-kwesties met zich meebrengen.

Een goed ontwerp voor platformcoöperaties begint met het cultiveren van een relatie tussen ontwerpers en hun cliënten.

Het ontwerp van de gebruikerservaring biedt platformcoöperaties enorme kansen. De interface van deze platforms zou gebruikers kunnen leren over de eerlijke arbeidsstandaarden van de coöperatie om die te contrasteren met het gebrek aan sociale zekerheid in de deeleconomie. Zulke platforms zouden met andere woorden de oneerlijkheid van de gevestigde oproepkrachteneconomie kunnen visualiseren.

Verder zou ik willen suggereren gebruik te maken van Mozilla’s badge-technologie101 om te certificeren dat een specifiek platform de hierboven geschetste uitgangspunten volgt. Naar het voorbeeld van Fairtrade-koffie, die met al haar tekortkomingen toch maar mooi een deel van de markt heeft veroverd, zouden deze badges een keurmerk kunnen vormen voor de ethische arbeidspraktijken achter het scherm.

Schaal

Voor het opbouwen van een economie die sociaal rechtvaardiger en ecologisch duurzamer is, moeten platformcoöperaties verder kijken dan het groeimantra. Coöperaties hoeven niet altijd op te schalen. Ondernemingen in democratisch beheer zoals arbeiderscoöperaties kunnen zich richten op kleine lokale niches zonder te mikken op schaalvergroting. Dergelijke initiatieven zouden kunnen beginnen in steden als Parijs, Berlijn, Rio de Janeiro en andere gemeenten die Uber in de ban hebben gedaan. Als je prioriteit geeft aan de zorg voor je arbeidskrachten, dan is schaalvergroting geen onmiddellijke noodzaak. Anders dan bij talloze startups is het doel niet om binnen te lopen met een beursgang maar ondernemingen op te zetten die decennia lang duurzaam kunnen blijven functioneren.

Leren en onderwijs

Een van de redenen dat het Spaanse Mondragon zo succesvol is, is dat het een coöperatieve universiteit heeft die is toegesneden op Mondragons netwerk van ondernemingen. In de Verenigde Staten hebben verschillende universiteiten centra opgezet om studenten voor te bereiden op coöperatief werk: de universiteit van Wisconsin (1962), Kansas State (1984) uc Davis (1987) en North Dakota State (1994). In New York zit er in het masterprogramma voor arbeidsstudies van de cuny een vak over arbeidskrachtencoöperaties.102 In Bosten geeft Sasha Costanza-Chock van het mit in 2016 een projectmatig vak collaboratief ontwerp met arbeidskrachtencoöperaties.103 Lesgeven in coöperatief ontwerp en coöperatieve waarden is één ding; een ander ding zou zijn om een onderwijsinstelling uit te denken en op te zetten op grond van coöperatieve uitgangspunten, een Black Mountain College 2.0.

Hoe zouden alternatieve onderwijsinstellingen jongeren in deze tijd beter kunnen voorbereiden op coöperatieve vormen van werken en leven? Ook in deze kwestie is het werk van Janelle Orsi van groot belang. In het mede door haar geschreven boek The Sharing Solution demonstreert Orsi op praktische, proactieve wijze de diverse manieren waarop delen een rol kan gaan spelen in ons alledaagse bestaan: alles van het delen van onderkomens, huishoudelijke artikelen, ruimtes, taken, kinderopvang, transport tot zelfs werk. The Sharing Solution kan studenten de praktische basisregels schetsen voor een meer coöperatieve benadering van het leven. Orsi’s boek voelt als een equivalent van The Whole Earth Catalog, maar dan voor eerlijk delen.

7. Voor alle mensen

We moeten een nieuw internet uitvinden ten behoeve van een levensvatbaar macro-economisch model in plaats van een absoluut desastreuze data-economie te ontwikkelen.104

– Bernard Stiegler

Het platformkapitalisme wordt momenteel van bovenaf aangestuurd. De beslissingen worden genomen in Silicon Valley en uitgevoerd door algoritmes achter de schermen in een zwarte doos. Wat we nodig hebben is een nieuw verhaal over delen, samenvoegen, openheid en samenwerking, een verhaal waarin we kunnen geloven.

De coöperatieve beweging moet zich verhouden tot eenentwintigste-eeuwse technologieën. Er zal het nodige werk moeten worden verricht voor het idee van online coöperaties even gangbaar Amerikaans zal zijn als appeltaart. En er zal ook nog het nodige moeten worden afgepraat in andere nationale en lokale contexten, in Peru, Duitsland, Italië, Groot-Brittannië, Zuid-Korea, India.

Het belang van platformcoöperatie schuilt niet in het de nek omdraaien van ‘death star platforms’.105 Het gaat er niet om duistere bovenbazen als Uber te vernietigen, maar om hun uitwerking op de mentaliteit van mensen teniet te doen en in plaats daarvan andere modellen van eigenaarschap ingang te doen vinden in de mainstream. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig vormden leden van de tegencultuur utopische gemeenschappen. Ze gingen weg uit de stad om met man en macht hun idee van de toekomst te verwezenlijken door hun eigen leven vorm te geven in afgelegen berglandschappen. Vaak mislukten deze experimenten.

Om platformcoöperaties met succes tot ontwikkeling te brengen is meer nodig dan gezond verstand en lichtzinnig enthousiasme. Een afschuw van theorievorming, een verwerping van kritische zelfreflectie, zal – zoals we eerder zagen bij de Amerikaanse tegencultuur – een hinderpaal vormen. We moeten de successen en mislukkingen van het verleden zorgvuldig analyseren. We moeten zien vast te stellen waar platformcoöperaties de grootste kans op succes hebben. We moeten een ideologie van tastbare wederkerigheid, communitaire idealen en samenwerking uitdragen om dit allemaal mogelijk te maken. Platformcoöperatie kan dienen ter versterking van een echte deeleconomie. Het zal de ondermijnende uitwerking van het kapitalisme niet teniet kunnen doen, maar het kan wel laten zien dat mensen waardigheid kunnen ontlenen aan werk, in plaats van erdoor te worden gekleineerd.

Platformcoöperatie gaat niet over het nieuwste apparaat of platform. Het gaat om het verbeelden van een leven dat niet draait om het winstbejag van de aandeelhouders. Veranderingen bewerkstelligen is niet altijd een kwestie van etentjes geven, essays schrijven of conferenties houden. Zo gemakkelijk gaat het niet. Platformcoöperatie betekent ook het opzoeken van de confrontatie.

Om platformcoöperaties te versterken en uit te bouwen is het cruciaal dat gelijkgestemden zich verenigen. Yochai Benkler moedigt de beweging aan: ‘Als je het je voor kan stellen, kan het gebeuren, mits je op tijd in actie komt en een markt verovert.’106

Er is geen tijd te verliezen. Politici en platformeigenaren hebben sociale zekerheid, toegankelijkheid en privacy beloofd, maar wij eisen eigenaarschap. Het is tijd onder ogen te zien dat ze hun beloften nooit waar zullen maken. Dat kunnen ze niet. Maar wij moeten wel. Met onze gezamenlijke inspanningen zullen we de politieke slagkracht opbrengen voor een maatschappelijke beweging die deze ideeën zal realiseren.


1 George A. Akerlof, ‘The Market for “Lemons”: Quality Uncertainty and the Market Mechanism’ in: The Quarterly Journal of Economics 84/3 (1970), blz. 488-500, doi:10.2307/1879431

2 ‘Review & Outlook: “You didn’t build that”’ in: The Wall Street Journal, 19 juli 2012, www.wsj.com

3 Tom Slee, What’s Yours is Mine (New York City: or Books, 2015)

6 Sascha Lobo, ‘Sascha Lobo: Sharing Economy wie bei Uber ist Platform-Kapitalismus’ in: Spiegel Online, 9 maart 2014, www.spiegel.de

7 Byung-Chul Han, Müdigkeitsgesellschaft (Berlijn: Matthes & Seitz Berlin, 2010)

9 McKenzie Wark, ‘Digital Labor and the Anthropocene’ in dis Magazine (bekeken 24 november 2015, dismagazine.com)

10 Rebecca Smith en Sarah Leberstein, Rights on Demand: Ensuring Workplace Standards and Worker Security in the On-Demand Economy (september 2015, National Employment Law Project)

11 Idem.

13 Met het 1099-formulier moeten Amerikaanse flexwerkers bij de belastingdienst aangifte doen van diverse soorten inkomsten die ze door het jaar heen zouden kunnen genieten anders dan regulier loon bij een werkgever.

14 Zoals elke eerstejaars mba-student weet, is loondienst geen enkelvoudig concept maar omvat die een bundel aan rechten en het zijn die centrale arbeidsrechten die nu in gevaar zijn.

15 Frank Pasquale, ‘Banana Republic.com’ in Jotwell: Cyberlaw (11 februari 2011, cyber.jotwell.com)

16 ‘U.S. Senator Mark Warner on Why We Need a New Class of Worker (Q&A), Re/code’ (bekeken 29 november 2015, recode.net)

17 Seth D. Harris en Alan B. Krueger, ‘A Proposal for Modernizing Labor Laws for Twenty-First-Century Work: The “Independent Worker”’ in: The Hamilton Project (december 2015, www.hamiltonproject.org)

18 Steve Waldman, ‘1099 as Antitrust’ in: interfluidity (bekeken 29 november 2015, www.interfluidity.com)

20 Frank Pasquale en Siva Vaidhyanathan, ‘Uber and the Lawlessness of “Sharing Economy” Corporates’ in The Guardian (28 juli 2015)

21 Tom Slee, What’s Yours Is Mine (New York City: or Books, 2015)

22 Frank Pasquale en Siva Vaidhyanathan, ‘Uber and the Lawlessness of “Sharing Economy” Corporates’ in The Guardian (28 juli 2015)

23 Harris en Krueger, ‘A Proposal for Modernizing Labor Laws for Twenty-First-Century Work: The “Independent Worker”’

24 In 2015 blijven meer dan de helft van alle Uber-chauffeurs niet langer bij het bedrijf dan twaalf maanden. Voor meer informatie zie Steven Hills Raw Deal. How the ‘Uber Economy’ and Runaway Capitalism Are Screwing American Workers.

25 Mike Isaac en Natasha Singer, ‘California Says Uber Driver Is Employee, Not a Contractor’ in The New York Times (17 juni 2015)

26 ‘Judge Not At All Impressed By Class Action Lawsuit Claiming Yelp Reviewers Are Really Employees’(bekeken 24 november 2015, www.techdirt.com)

27 ‘Coalition of Start-Ups and Labor Call for Rethinking of Worker Policies’ in The New York Times Blog (9 november 2015)

28 ‘Taxi Regulations, E-Hail App Targeted By Montgomery County Council’ in wamu 88.5 (8 juni 2015, wamu.org)

30 ‘Amazon’s “inactivity Protocols” under Fire’ in Deutsche Welle (13 maart 2015, www.dw.com)

31 Ursula Huws, Labor in the Global Digital Economy: The Cybertariat Comes of Age (New York: Monthly Review Press, 2014)

32 Alison Griswold, ‘Supreme Court Decides Amazon Workers Don’t Need to Be Paid While Waiting for Mandatory Security Screenings’ in Slate (9 december 2014, www.slate.com)

33 David Streitfeld, ‘A New Book Portrays Amazon as Bully’ in The New York Times Blog (22 oktober 2013)

34 Jodi Kantor en David Streitfeld, ‘Inside Amazon: Wrestling Big Ideas in a Bruising Workplace’ in The New York Times (15 augustus 2015)

36 De stastiekjes uit deze paragraaf ontleen ik aan Marjorie Kelly’s Owning Our Future: The Emerging Ownership Revolution.

37 Dave Johnson, ‘Bernie Sanders Proposes To Boost Worker-Ownership Of Companies’ in Common Dreams (18 augustus 2015)

38 E. G. Nadeau, The Cooperative Solution, 37

42 Daniel Schlademan van OurWalmart op Platform Cooperativism: The Internet, Ownership, Democracy

44 ‘Ver.di. Innovation Und Gute Arbeit – Digitale Arbeit’ (bekeken op 5 december 2015, innovation-gute-arbeit.verdi.de/themen/digitale-arbeit)

45 Phil Gasper, ‘Are Workers’ Cooperatives the Alternative to Capitalism?’ in isr (2014)

46 Idem.

49 John Curl en Ishmael Reed, For All the People: Uncovering the Hidden History of Cooperation, Cooperative Movements, and Communalism in America (Oakland, CA: pm Press, 2012, blz. 378)

54 ‘Socialism, American-Style’ in The New York Times (bekeken 26 juli 2015)

55 Nathan Schneider, ‘5 Ways to Take Back Tech’ in The Nation (27 mei 2015)

56 Het Engelse equivalent ‘produser’ werd voor het eerst ontwikkeld door Axel Bruns in Blogs, Wikipedia, Second Life, and Beyond: From Production to Produsage (New York: Peter Lang Publishing Inc., 2008)

60 Jack Triplett, The Measurement of Labor Cost (University Of Chicago Press, 1983, blz. 101). Voor een recentere bespreking zie The Economist: www.economist.com

63 Google heeft in Israël een vergelijkbaar initatief gelanceerd, zij het geen platformcoöperatie: de Waze-app, die passagiers die naar hun werk willen, in contact brengt met chauffeurs die een vergelijkbaar ritje moeten maken. Chauffeurs krijgen betaald afhankelijk van de afstand die ze hebben afgelegd, maar het systeem is zo opgezet dat chauffeurs hier geen onderneming van kunnen maken.

65 ‘Ver.di, Innovation Und Gute Arbeit – Digitale Arbeit’

67 Meer dan zeventig procent van de freelancers in de Verenigde Staten melden dat ze regelmatig te laat worden betaald.

68 Zie Frank Pasquale op ‘Making It Work – Platform Coop 2015: Platform Cooperativism Conference’ op Internet Archive (november 2015, archive.org). Zie ook: Ramsi Woodcock, ‘Inconsistency in Antitrust’ in ssrn (3 december 2013)

69 Momenteel genieten 60 miljoen Amerikaanse arbeidskrachten in de private sector geen betaald ziekteverlof.

70 Ellen Huet, ‘How Uber’s Shady Firing Policy Could Backfire On The Company’ in Forbes (bekeken op 4 december 2015)

71 Voor een bespreking van de situate van arbeidskrachten bij Amazon Mechanical Turk zie Lilly Irany, ‘Difference and Dependence among Digital Workers: The Case of Amazon Mechanical Turk’ in The South Atlantic Quarterly (januari 2015).

73 Galt. J., ‘Crypto Swartz Will Get You Paid for Your Great Content’ in The CoinFront (23 juni 2014, www.disruptek.info)

74 De werkdagboeken van oDesk (tegenwoordig UpWork) leggen het verloop van iemands werk vast. Daarbij worden herhaaldelijk foto’s van de arbeidskrachten gemaakt met de camera van de computer van de arbeidskracht zelf en worden screenshots gebruikt om de voortgang af te meten.

75 Tubaro, ‘Discussing Platform Cooperativism’ in Data Big and Small (bekeken op 9 december 2015, databigandsmall.com).

76 Turkopticon is een browser-extensie die verder goeddeels van elkaar geïsoleerde arbeidskrachten in staat stelt gezamenlijk opdrachtgevers te evalueren op Amazon Mechanical Turk. Zie turkopticon.ucsd.edu.

78 ‘How Platform co-ops Can Beat Death Star Platforms to Create a Real Sharing Economy’in Shareable (bekeken op 4 november 2015, www.shareable.net)

81 ‘How Platform co-ops Can Beat Death Star Platforms to Create a Real Sharing Economy’in Shareable (bekeken op 4 november 2015, www.shareable.net)

83 Nathaniel Popper, ‘Dream of New Kind of Credit Union Is Extinguished by Bureaucracy’ in The New York Times (24 november 2015)

85 Het citaat komt uit Max Dana’s lezing op Platform Cooperativism (november 2015).

88 ‘Venture Communism’ in p2p Foundation (bekeken op 11 december 2015, p2pfoundation.net)

90 ‘Commons-Based Reciprocity Licenses’ in p2p Foundation (bekeken op 8 november 2015, p2pfoundation.net)

91 Zie ‘The Great Chain of Being Sure about Things’ in The Economist (31 oktober 2015, www.economist.com). Zie ook Rachel O’Dwyers lezing op Platform Cooperativism: livestream.com.

92 De nonprofitorganisatie Ethereum helpt zulke ondernemingen.

94 Het hoofdkantoor van de Wikimedia Stichting is van email overgegaan op Loomio om gezamenlijke besluitvoering met honderdtachtig personeelsleden mogelijk te maken.

96 Voor een bespreking van blockchain-technologie zie Nathan Schneider en Trebor Scholz, ‘The Internet Needs a New Economy’ in The Next System Project (8 november 2015, www.thenextsystem.org).

100 Zie de lezing van Cameron Tonkinwise op Platform Cooperativism: The Internet, Ownership, Democracy (platformcoop.net).

101 ‘Badges’ in MozillaWiki (22 mei 2012, wiki.mozilla.org)

104 ‘Stiegler on Daesh and “The Age of Disruption”’ (bekeken op 29 november 2015, www.samkinsley.com)

105 ‘How Platform co-ops Can Beat Death Star Platforms to Create a Real Sharing Economy’ in Shareable

106 ‘Making It Work – Platform Coop 2015: Platform Cooperativism Conference’

Inhoudsopgave

Voorwoord 4

1. Platformcoöperatie 5

Alternatieven voor de commerciële deeleconomie 5

2. Het einde van de deeleconomie 9

Elk Uber heeft een Unter 9

Nieuwe afhankelijkheden en nieuwe sturing 10

Winst voor de weinigen 11

Illegaliteit als methode 12

3. Amazon voegt zich bij de deeleconomie 15

4. De opkomst van platformcoöperatie 18

5. Een typologie van platformcoöperaties 24

Online arbeidsbemiddelaren en markten in coöperatief eigendom 24

Platformcoöperaties als stadseigendom 25

Platforms in eigendom van gebruikmakers 26

Vakbonden en arbeidsplatforms 27

Coöperaties van binnenuit 28

Het platform als protocol 28

Tien uitgangspunten voor platformcoöperatie 28

6. Het coöperatieve ecosyteem 34

7. Voor alle mensen 42